Voor het tijdschrift Systeemtherapie interviewde ik samen met collega Cinthe Lemmens Jim van Os. (nummer 38.1). Het was fantastisch…Professie & Persoon is onze vaste rubriek. In deze rubriek gaat het om het delen van kennis en ervaring via het persoonlijke en unieke verhaal van een bekende systeemdenker. http://www.tijdschriftysteemtherapie.nl
Relatie is alles
Interview met Jim van Os
JASMIEN PEETERS, CINTHE LEMMENS
10 maart 2026
We nemen de trein van België naar Utrecht om de Maastrichtse hoogleraar Jim van Os (1960) te vragen hoe onderzoeker, psychiater en menselijk hart samensmelten.
Het is een lange rit. Is het omdat we ons ter voorbereiding van dit interview al weken verdiepen in psychosegevoeligheid, dat tijd, ruimte en roltrappen opeens fluïde lijken te worden? Met de goudgelaarsde Lemmens naast mij stappen we door het labyrint van de campus van het Universitair Medisch Centrum. Vechtend tegen de tijd, zoeken we onze weg naar ‘divisiebureau hersenen’. Een routebeschrijving brengt ons naar een onbemand secretariaat. Er hangt een bemoedigend briefje op de deur: ‘Heb je een afspraak met Jim van Os, neem dan plaats in het Hersencafé, hij haalt je daar op.’ En, het voelt als een wonder, klokslag 14 uur komt Van Os aangewandeld.
Een Professie & Persoon krijgt wel vaker een onverwachte diepgang: grenzen tussen mens en professional vervagen. Ook bij Van Os, alleen al door zijn heel persoonlijke bureauruimte, ingericht met artistieke werken. Een deur op een sokkel (Peter Zegveld, Nederlands beeldend kunstenaar) is het eerste wat de aandacht trekt. Het lijkt een uitnodiging te zijn om ze te openen en erdoor te springen. Dat zal later ook zo blijken, als metafoor voor een therapeutische shift. Van Os reageerde positief op onze uitnodiging, met een in de haast geschreven informeel mailtje vol schrijffouten. ‘Greot Jim.’ Het vermenselijkt een man met een imponerende portfolio. Zijn bureau voelt als een warme, troostende plek achter een groene deur in een koele ziekenhuisgang, met wat ordelijke chaos en allerlei parafernalia. Ik kijk gefascineerd naar een ongeopend cadeautje. In de boekenkast staat naast zijn eigen boeken (Van Os et al., 1993; Karbouniaris & Van Os, 2024, 2025) ook onder meer werk van Brenda Froyen (1978-2024), de Belgische voorvechtster van een menselijke psychiatrie. Op de tafel staat een blik, uiteraard in de vorm van een brein, gevuld met thee.
Van Os staat bekend als een kritische en vernieuwende stem binnen de geestelijke gezondheidszorg, met een focus op herstel, menselijke relaties en systeemverandering. Hij studeerde geneeskunde in Amsterdam en psychiatrie in Jakarta (Indonesië), Casablanca (Marokko), Bordeaux en Londen. Hij is de oprichter van PsychoseNet.nl, een online zelfregiecentrum/herstelacademie bij neurodiversiteit, psychosegevoeligheid, trauma en stemming. Het interview verloopt als een co-creatie: Van Os stelt ons evenveel nieuwsgierige vragen als wij hem. Veel van zijn thema’s lopen als rode draden door zijn eigen levensloop heen. Zijn boodschap laat zich samenvatten: hij pleit voor een psychiatrie die normaliseert, contextualiseert, de-medicaliseert en collectiviseert. In de visie van Van Os is herstel geen individueel proces, wel een proces van gezinnen, gemeenschappen en instituties.
De onvoorspelbaarheid waar Van Os later over zal spreken, dringt zich meteen op in dit interview. Waar ik had bedacht het liever niet over Gaza te willen hebben (de handelingsverlegenheid van een redacteur), is de brandhaard Israël-Palestina onafwendbaar. We zijn nog geen drie minuten ver in het gesprek, en Van Os begint er zelf over. ‘Hoe positioneer je je als systeemdenker in die bredere context van de wereld? Engageer je je? Voer je actie op een NVvP-congres (de Nederlandse Vereniging voor Psychiatrie) als dat gesponsord wordt door een Israëlisch bedrijf? En wat als dat ouderwetse protest ertoe leidt dat je het congres wordt uitgezet? Engagement wordt al snel polarisatie genoemd.’ Het standpunt van Van Os is helder: ‘In dit Universitair Medisch Centrum moet wetenschap maatschappelijke impact hebben. Daar kijken we kritisch naar.’ Een foto aan de muur van Marjan Teeuwen (1953), Verwoest huis Gaza (2016/2017), geeft beeld aan zijn woorden. De Nederlandse kunstenaar onderzoekt met haar kunst in gebouwen die gesloopt of in verval zijn, de littekens van vernietiging. Ze schept zo schoonheid en harmonie uit chaos en verwoesting. De parallel met trauma en heling ontgaat ons niet. De beelden, de woorden en de actualiteit schuiven zó over elkaar heen dat het gesprek even voelt als een meervoudige werkelijkheid: persoonlijk, politiek en professioneel tegelijk. Terwijl Van Os spreekt, wordt duidelijk hoezeer deze thema’s niet los van elkaar te denken zijn.
En precies zoals Teeuwens werk een nieuw patroon zoekt in puin, zo verschuift ook het wereldnieuws in de dagen dat dit interview wordt uitgeschreven. Een broos vredesakkoord tekent zich af. Nauwelijks uitgesproken staat het alweer onder druk. Tegen de tijd dat deze tekst richting eindredactie gaat, is de situatie opnieuw een en al onzekerheid.
Van Os gaat verder. ‘Mijn vader was gynaecoloog. Een complexe figuur, een sterke persoonlijkheid die een lastig leven heeft gehad. Hij was half Indonesisch, in Indonesië geboren. Hij heeft een tijd in een jappenkamp (Japans interneringskamp) gezeten als adolescent. Hij heeft er verschrikkelijke dingen meegemaakt. Omdat hij rebelleerde, werd hij in een mannenkamp opgesloten. Hij is opgegroeid met veel trauma.’ Zijn moeder en zussen zaten in het vrouwenkamp, waar zijn moeder haar dochters als een leeuwin heeft beschermd om niet als ‘troostmeisje’ gebruikt te worden.
‘Mijn vader werd een heerszuchtige en dominante figuur. Hij is veel gaan drinken en wilde zó rijk worden dat hij ongenaakbaar zou zijn. Dat is hem ook gelukt, creatief als hij was. Maar als bingedrinker was hij onuitstaanbaar. Ofwel omdat hij op wilskracht niet dronk, ofwel omdat hij volledig uit de bocht ging. Hij was een Don Juan, een heel mooie man, die daarom dacht dat hij dan maar gynaecoloog moest worden. Een uitwas van de tijdsgeest. Zijn psychiater heeft hem “beter” gemaakt door hem een aantal keer tot een emotionele catharsis te brengen. Genezen verklaard, kon hij afstuderen. Hij ontmoette mijn moeder in het studentenleven, versierde haar en maakte haar zwanger. Hij is altijd een Don Juan gebleven. Hij was een heel goede arts, maar had ergens moreel toch een tik gekregen. Hij had iets losbandigs, een serial philanderer. Mijn ouders zijn gescheiden toen ik 11 jaar was.
Mijn moeder is een Friezin uit een academisch geslacht. Ze was heel nuchter en intelligent, op haar manier neurodivers. Haar grootvader en broer waren hoogleraar. Ze zorgde voor veel stabiliteit in ons gezin. Mijn moeder was gepassioneerd voor Franse taal- en letterkunde. Zo las ze de Franse negentiende-eeuwse dichter Baudelaire. Ik kreeg er een diepe fascinatie voor de menselijke psyche door. Ik heb al vroeg besloten om psychiater te worden. Mijn moeder is nu 94 en woont nog zelfstandig.
Ik ben de jongste van drie.’ Van Os toont een zwart-witfoto waarop drie jonge kinderen onbevangen de wereld inkijken. ‘Mijn broer, de lieveling van mijn moeder, werd bankier. Mijn zus studeerde aan het conservatorium dwarsfluit en werd daarna belastinginspecteur. Die twee vlogen elkaar daarna op elk familiefeest in de haren. We zijn alle drie goed terechtgekomen. Onze weerzin tegen verslaving, gevoed door het vele drinken van onze vader, heeft ons uiteindelijk beschermd tegen onzigen verslavingsgevoeligheid. Ik heb die zeker, de zuchtigheid, maar ik weet die in veilige banen te leiden. Als student heb ik heel veel gedronken. En ik ben daar door anderen toen gelukkig in teruggefloten.
Maar de volgende generatie, die van onze kinderen, heeft de gevolgen van het transgenerationele trauma wél moeten dragen; het werd een echte slachting. Een neef van mij, een zoon van mijn zus, is drie jaar geleden uit het leven gestapt. Bij mijn zoon heeft onze familiale psychosegevoeligheid tot manische psychoses geleid. Hij heeft gelukkig snel de juiste weg naar herstel, steun en betekenisvolle anderen gevonden. Met mijn dochter en een andere neef gaat het dan weer heel goed. We hebben allemaal talenten en gevoeligheden en bij sommige mensen zijn die heel uitgesproken. Hoe kun je je talenten gebruiken zonder aan je gevoeligheden ten onder te gaan? Dat is eigenlijk dé grote levensvraag. Neurodiversiteit is een natuurlijke, waardevolle variatie. Creëer een omgeving die bij jou past, in plaats van jezelf voortdurend aan je omgeving aan te passen.
Ik heb, toeval of niet, onderzoek gedaan naar die psychosegevoeligheid van mensen. “Hoor je stemmen?” “Ben je achterdochtig?” Twintig procent van de jongeren herkent het. Slechts twintig procent daar weer van komt in de zorg. Bij het merendeel van de mensen gaat het vanzelf over. Psychotisch ontsporen is menselijk. Omdat het gaat over betekenis geven aan de omgeving op basis van gevoelssignalen. En dat doen we allemaal. Bij een psychose zie je te veel betekenis in de wereld om je heen. Het is een staat van “hyper-betekenis”. Bewustzijn is de ervaring dat we iets ervaren. En in die complexiteit ontstaat psychisch lijden. We kunnen van alles vinden over wat we denken en voelen. En daarin kan een machtig en dwingend lijden vast komen te zitten. Bij psychisch lijden is de flow weg. Ons gevoel van toekomst stokt, dat is een bizar gevoel. Mensen komen dan in een heel gekwelde toestand. De boeddhisten en de filosofen (Van Os vermeldt Deens filosoof Kierkegaard en de Franse filosoof Ricoeur) hebben daar meer over nagedacht dan wij psychiaters en psychologen.
Psychische klachten zijn altijd een uitvergroting van iets wat we allemaal in ons dragen. Er is geen kwalitatief verschil. De angst van een angststoornis is dezelfde angst die gezonde mensen kennen.
In psychische nood is de aanwezigheid van een ander mens wezenlijk. Relatie is alles. Het bewijs daarvoor staat als een huis, het is véél sterker dan psychotherapie of welk antidepressivum dan ook. Bij ieder mens, bij elk gezin moet je opnieuw luisteren, improviseren en experimenteren. Wij zijn de specialisten van de complexiteit, de onvoorspelbaarheid, de onbegrijpelijkheid. Dat is het mooie van ons vak. En ook het lastige. Tegelijkertijd straal je uit dat verandering mogelijk is. We verleiden mensen om te durven geloven dat er iets kan bewegen in de blokkade die ze voelen. We bieden een perspectief, dat lijden samen gedragen én verdragen kan worden, in de verbinding met anderen. Zo kan er ruimte ontstaan rond kwellend, psychisch leed.’
Van Os vertelt verder. Over de periode dat hij in Marokko (Casablanca) en Frankrijk (Bordeaux) studeerde. ‘Psychiater Marc Bourgeois (1944) zag in Marokko hoe ik wilde verbinden met mijn patiënten. Hij beloofde me een goede ervaringsplek in een groot psychiatrisch centrum in Bordeaux. Een ouderwets ziekenhuis met paviljoenen, waar patiënten als onbetaalde werkkrachten werden ingezet. Ik heb er uiteindelijk ontzettend veel geleerd, vooral over hoe het niet moet. Ik woonde in een huisje op het domein. Ik was verantwoordelijk voor een paviljoen met veertig patiënten die in eerder erbarmelijke omstandigheden leefden. De verplegers (veelal boeren die er een baantje bij namen) hadden te veel macht en vonden het maar niks dat ik de monstrueuze cocktails met medicatie wilde afbouwen. Om me onder druk te zetten begonnen ze me ’s nachts wakker te bellen. Ik was jong, naïef en idealistisch. Door slaapgebrek en stress ontspoorde mijn zoektocht naar een homeopathische oplossing. Met grote flessen water maakte ik verdunningen met eau de vie de framboise. Mijn bewustzijn vergleed in relatieve eenzaamheid en begon af te drijven. Interessant, maar ook beangstigend en ontwrichtend. Gelukkig was het ziekenhuis ook de herstelplek voor zieke psychiaters. Een Armeense collega uit Parijs merkte op dat het niet zo goed met me ging, en dat ik in een vroege fase van een psychotisch proces zat. Die corrigerende interactie heeft me geholpen. Door zijn ogen kon ik begrijpen wat er gebeurde en mijn zelfhelend vermogen aanspreken. Bij mij ging het zo vanzelf weer over.
In de eerste jaren van mijn carrière sprak ik niet over die ervaring. Uit schroom. Nu kan het wel, de tijdsgeest is anders; we weten meer over het psychosespectrum.
Het jaar erna deed ik onderzoek in Engeland. Ik ontdekte hoe een psychose in elk land anders werd gedefinieerd, gediagnosticeerd en behandeld. Veel psychiatrische diagnoses zijn culturele constructies die niet altijd aansluiten bij de ervaring van de patiënten. In het medisch tijdschrift British Medical Journal publiceerden we een artikel waarin we beschreven dat Engelse en Franse psychiaters een heel verschillende conceptualisering hadden van schizofrenie (Van Os et al., 1993). Hoe kan dat!? Dat sloeg in als een bom … Want wat is dan wetenschap? Psychoses zijn me altijd blijven intrigeren. Het is merkwaardig dat ook mijn zoon, op dezelfde leeftijd als ik, het idee kreeg dat hij naar Rusland moest reizen om een hoge toren te bouwen waarop hij zijn bruid zou vinden. Bij hem is het verder ontspoord. Nu is hij al jaren stabiel en gaat het goed met hem, mede dankzij een fijn gezin.
Ik heb al ongelooflijke herstelverhalen beluisterd. En altijd speelt een ander mens een sleutelrol. Iemand die uitreikt, doet iets verschuiven. Dát is een wetenschappelijke bevinding die staat als een huis. Bij verandering in psychisch lijden heeft een ander mens de grootste impact. Mensen kunnen daardoor terug in een flow komen, uit de stucknessgeraken.
Soms zie je ook God ten tonele verschijnen in een herstelproces. Een spiritueel kader kan heel helpend zijn om een psychose te kaderen. Mensen komen er een heel eind mee. Sommige mensen worden diep religieus om iets wat zo ontwrichtend is, toch te integreren. Mensen moeten er iets mee. God is ook een relatie, een transcendente relatie.’
‘De Liefde dus?’
‘Ja, de Liefde.’ We vallen alle drie even stil en staren dromerig voor ons uit.
We eindigen waar we begonnen zijn. Bij een thema waar ik het liever niet over wilde hebben. Psychedelica. Moeilijke thema’s zijn als moeilijke emoties, je benadert ze beter voorwaarts, door erin te duiken en ze van binnenuit te onderzoeken.
‘Psychedelica. Ik ben enthousiast én sceptisch, het is niet het nieuwe Walhalla. Ik heb het onlangs zelf samen met mijn vrouw gedaan, met een goede voorbereiding en begeleiding. Ik schreef er een boek over (Karbouniaris & Van Os, 2025), dus ik moest het natuurlijk ook een keer zelf doen. Het was een prachtige, bijzondere ervaring, de psilocybinereis. Onze individuele reizen kruisten elkaar ook, een herbeleving van liefde en onuitgesprokenheden. Dat is ons toegevallen. Als we ervan uitgaan dat er bij psychisch lijden een shift moet gebeuren, in de vorm van een ritueel, dan kan dit een heel goede vorm zijn. Voor sommigen zal het de weg zijn, deze zeer krachtige transformatie. Je leert je bewustzijn ook anders kennen. Maar niets is zaligmakend, ook dit niet.
Hoe ik tot rust kom? Elke dag is weer een dag, met momenten die goed en veilig voelen. Ik ben heel graag met data bezig, ik vind het fijn om een enorm grote dataset te onderzoeken en patronen bloot te leggen. Ik ben dan heel gefocust bezig, met ontrafelen, ontdekken in chaos, het zoeken van verbanden. Het is mijn “heilige graal”, ik kom al wroetend tot rust en ik kan er helemaal in opgaan.’
We laten Van Os gaan. Hij geeft college over psychisch lijden aan geneeskundestudenten. En precies op het moment dat ik vind dat deze tekst klaar is voor de eindredactie, dringt het derde thema waarover ik had willen zwijgen zich op. Het staat op de voorpagina’s, en zelfs in mijn vriendenkring gaat het erover: euthanasie bij jonge mensen die ondraaglijk psychisch lijden.
Jim van Os is expert in het eSpreekuur van PsychoseNet. Je kunt hem via het eSpreekuur je vraag stellen. Gratis en anoniem. www.psychosenet.nl.
Referenties
Karbouniaris, S., & Os, J. van (2024). Kopzorgen – Neurodiversiteit begrijpen. Lannoo-Campus.
Karbouniaris, S., & Os, J. van (2025). Psychedelica begrijpen in 33 vragen. Lannoo-Campus.
Os, J. van, Galdos, P., Lewis, G., Bourgeois, M., & Mann, A. (1993). Schizophrenia sans frontières – Concepts of schizophrenia among French and British psychiatrists. BMJ, 307(6902), 489-492.