Ruimte in therapie – Systemische inspiratie voor hulpverleners en organisaties
8 september 2026
Maurizio Frisina (2026). Vertaald en bewerkt door Thomas Fondelli en Cinthe Lemmens. Pelckmans. 175 pp., € 27,00
ISBN 9789465301211
De postbode brengt een dikke bruine envelop.
Nog voor ik een bladzijde heb gelezen, verrast dit boek mij al. Op de omslag staan ginkgobladeren afgebeeld. Dezelfde Japanse bomen staan precies voor onze praktijk. Een moment van verwondering: nog voor ik het geopend heb, verbindt Ruimte in therapie zich met mijn eigen therapeutische ruimte. Het boek illustreert zo op slag de centrale gedachte: plekken zijn actieve partners in helingsprocessen. Ze geven vorm aan onze relaties. Hoe we ruimtes bewonen en ons toe-eigenen, weerspiegelt onze identiteit.
Mijn huis is al oud. Later, na mijn komst, werden de twee bomen geplant, alsof het therapeutische veld zélf deze bomen heeft aangetrokken. Biofiele architectuur heet dat, leert auteur Maurizio Frisina ons: ‘Hedendaagse architectuur die de verbinding wil verdiepen tussen mensen die een gebouw bevolken en de omliggende natuur’ (p. 98).
Ook cliënten die onze praktijk bezoeken, delen die verwondering:
Omdat ze een ginkgoblad als tattoo willen.
Omdat ze hoop putten uit de onsterfelijkheid van de boom. In Hiroshima overleefden enkele ginkgo’s de atoombom.
Omdat de intens goudgele bladeren in de herfst in één beweging samen loslaten. Een cliënt bedenkt dat, als een boom dat kan, het voor haar ook mogelijk moet zijn. De bomen voor onze praktijk worden zo deel van de therapeutische ruimte.
Een tweede toevalligheid: aanvankelijk ging ik ervan uit dat psycholoog en systeemtherapeut Maurizio Frisina in Italië werkt. Door de naam uiteraard, misschien ook door de sfeer van het boek. Pas later ontdekte ik dat hij in Brussel werkzaam is, binnen de verslavingszorg, in Clinique La Ramée, een naam die verwijst naar gebladerte en vertakkingen. Brussel is de stad waarnaar ik droom te verhuizen. De Belgische, Franstalige systemische school en de levendige gemeenschap van onze collega’s, waaien via dit boek alvast mijn kant op.
Frisina’s boek doet iets krachtigs. Tijdens het lezen begin ik als vanzelf de wereld anders te bekijken: met een extra bril voor de dimensie van de ruimte, boven op de meer vanzelfsprekende systemische brillen van relaties, circulariteit en context. Ik neem de ruimte waarin ik schrijf in me op: een toevluchtsoord en een plek waar leven zich in al zijn kwetsbaarheid afspeelt. De ruimte speelt altijd een fundamentele rol; we gaan er alleen gemakkelijk aan voorbij. Ontmoeten, verbinden, aankomen, blijven, nestelen, vertrekken, loslaten, afbakenen, verlaten, dwalen, schuilen. Al deze werkwoorden spelen zich af in ruimtes en worden er mede door bepaald. Ruimte is meer dan een decor.
Het boek is mooi vormgegeven, gekleurd in goud en petroleumblauw. Op de warmgrijze bladen tussen de vijf hoofdstukken dwarrelen fijne ginkgobladeren naast elkaar. Twee lobben (bi-loba) onderscheiden zich, en vormen toch één blad. Ze zijn een bekend symbool voor differentiatie: verbonden blijven en jezelf blijven. Frisina introduceert de sfeercyclusvan de Belgische systeemtherapeut Etienne Dessoy (p. 126), om onze eeuwige zoektocht naar een balans tussen toenadering en verwijdering te verbeelden. Deze lemniscaat vormt een prachtige aanvulling op de EFT-interactiecirkel van de Amerikaanse hoogleraar Scott Woolley (z.d.), die de emotionele interactie tussen mensen beschrijft.
Zoals de twee Japanse notenbomen mijn huis flankeren, flankeren Jan Olthof en Ellen Reijmers het boek, op de binnenflappen, met lovende woorden. Ik kan hier alleen maar bij aansluiten. Het boek is radicaal, fris en intellectueel prikkelend. Mijn aandacht verschuift naar de ruimte als een sleutel tot verandering en transformatie.
Er waait iets openends door het boek. Frisina verweeft op meesterlijke wijze architectuur, Japan en evolutiebiologie met het systemisch kader. De mens is slechts een fragiele, maar destructieve schakel. Niet het middelpunt, maar een onderdeel van een groter geheel. Woorden die ik nog niet ken blijven kleine intellectuele zijpaden openen: stigmergie (p. 51), pytheostatisch evenwicht (p. 91), fermiparadox (p. 154), dividuen (p. 156).
Ik begrijp waarom de twee Belgische systeemtherapeuten, Cinthe Lemmens en Thomas Fondelli, verknocht raakten aan dit boek. Ze gingen er allebei een relatie mee aan en hebben het vervolgens samen bewerkt en vertaald.
De vijf hoofdstukken worden bewoond door mensen uit de therapeutische praktijk van de verslavingszorg. Deze praktijkvoorbeelden, met telkens een concreet therapeutisch instrument, geven de filosofische concepten en de werkvormen vlees en bloed: ‘Marc en de lijn der plaatsen’,
‘Jean en Louise en het verhaal van de duizend verhalen’, ‘Edin en zijn brief aan de alcohol’, ‘Jeanne en de kaart der plaatsen’, ‘Laure en Thomas en de brief vanuit de tussenruimte’.
De conclusie in het boek is ook een manifest voor een ecosystemische visie: hoe alles verbonden is met alles. Ik ben benieuwd of de wortels van de twee bomen elkaar al raken.
Tot slot krijgt het woord ‘catastrofe’ een nieuwe betekenis in zijn conclusie: het komt van het Griekse kata en strophè, en betekent zo letterlijk: op weg naar een wending, een plotse verandering, een ontknoping, een omkering. Ik staar uit het raam naar het groene lover. In dat opzicht ís dit boekje catastrofaal. Dankbaar leg ik het weg. Fondelli en Lemmens verdienen erkenning voor het opsporen, vertalen en ontsluiten van dit Franstalige boek. Ik ben zelfs jaloers op het duo. Heerlijk moet dat geweest zijn, zoveel ruimte te mogen maken voor dit boek.
Referentie
Woolley, S.R. (z.d.). The EFT Cycle – Working ‘within and between’ [Training handout]. Emotionally Focused Therapy. Geraadpleegd 12 juli 2026 op https://pceft.com/wp-content/uploads/2019/03/The-EFT-Cycle-Full-PagePDF.pdf