Boekrecensie Voor Het Tijdschrift Systeemtherapie 2023/4

Uitgelezen. ACT in love. Over omgaan met verschillen en jezelf blijven in je relatie. Denise Matthijssen (2023). Boom.

Jasmien Peeters

Op de soepele, matte boekomslag rijden twee fietsers in oranje poncho’s. Ze fietsen bergop door de regen. De ene heeft wind in de rug, de ander wind in de flank. Ze rijden richting de zon die op- of ondergaat. Fietslichtjes zijn er niet. Als je goed kijkt, is de ene poncho versiert met plusjes, de andere met minnetjes. Twee tegenpolen die bergop door de regen trappen zonder fietslichtjes? Dan komt een boek over omgaan met verschillen én jezelf blijven in je relatie goed van pas. De Nederlandse Denise Matthijssen heeft dat boek geschreven: een praktisch zelfhulpboek voor koppels met oefeningen (oa om zelfbewustzijn te ontwikkelen, lichaamsgerichte aandacht te cultiveren, ’kant-en-klare’ brieven om aan te vullen). 

De auteur schreef eerder al ‘ACT in balans. Doen wat werkt voor jou in een 'maakbare' wereld’ (2021). Matthijssen is sociaal-psychiatrisch verpleegkundige en systeemtherapeut en werkzaam binnen de Kinder- en Jeugd-GGZ. Vanaf 2008 kwam ze door workshops, oa bij grondlegger en psycholoog Steven Hayes, in aanraking met ACT. ‘ACT in love’ heeft hier een dubbele betekenis. Enerzijds het Engelse ‘Handelen in Liefde’. ACT is anderzijds ook het acroniem voor ‘Acceptatie en Commitment Therapie’. Dit is een methode om meer te doen wat je eigenlijk wilt doen (commitment) en zo met onvermijdelijke gedachten en gevoelens om te gaan dat ze je niet afleiden (acceptatie). Een levensfilosofie in een praktische vorm om vanuit waarden te kiezen hoe je met een situatie wilt omgaan. Op de website vat Stephen Hayes (hoogleraar aan de Universiteit van Nevada, Reno) het bondig samen: ‘Empower people towards a values-based life’. Pijn en lijden zijn normale, onlosmakelijke onderdelen van ons bitterzoete menszijn. Juist het vermijden of onderdrukken van pijnlijke ervaringen veroorzaakt lijden. 

Een vaag déjà vue gevoel wordt na enkele hoofdstukken helder. ACT katapulteert me terug naar 1997. In het vak ‘Geschiedenis van de antieke wijsbegeerte’ aan de UGent kwam het stoïcisme aan bod, een filosofische stroming die rond 300 v.Chr. begon in Griekenland. Sindsdien hangt het sereniteitsgebed (op p. 15 in het boek) van de Amerikaanse theoloog Reinhold Niebuhr (1892-1971) over kalmte, moed en wijsheid boven mijn bed. Oude wijn, nieuwe zakken. Eeuwenoud, universeel, tijdloos.

Matthijssen combineert het systemische model met cognitieve gedragstherapie. Dat is een opvallende combinatie en een verrijkende invalshoek. Al lezend herken ik oa Esther Perel (2006, geborgenheid versus hartstocht) en David Schnarch (2011, differentiatie). Matthijssen vult ACT aan met verwante denkers.

Ze schrijft het boek in vijf delen: 

  • Deel 1 – Waar wil je heen met je relatie?

  • Deel 2 – Wat zit je nog in de weg?

  • Deel 3 – Doen wat werkt voor een waardevolle relatie

  • Deel 4 – Je relatie versterken

Het 5de en laatste deel is verrassend: Als je toch niet samen verder gaat. Zoals het fictieve koppel Jet en Annemiek, en ook Matthijssen zelf. Twee wegen die scheiden: De ene fietser gaat rechts, de andere gaat links en ze zwaaien naar elkaar. 

Ik sprokkel mooie woorden bij elkaar: ‘voeltijd, ons hoofd een popcornmachine, ontvlechten, toegewijde acties, suddertijd… ’. ‘Verander je relatie, begin bij jezelf’ is de korte samenvatting van dit boek.

Matthijssen neemt de lezer mee van een inflexibele houding die ons dwarszit in de verbinding met onze partner, naar een flexibele ACT houding. Die flexibele houding vraagt vier vaardigheden: doen wat werkt, zelfbewust zijn, je losmaken uit overtuigingen en regels (defuseren, een gezonde afstand tot gedachten nemen), gevoelens en emoties toelaten. Die tools worden goed uitgelegd in een logische opbouw. Het boek bulkt van de info. Vijf fictieve koppels maken het boek levendig. Tekeningen en veel witruimte geven het boek ademruimte. Her en der in het boek zie ik een tekening van een libelle. Aha! Libellen… Het zware boek zit tussen ElvisPresleysandwiches (pindakaas, banaan en zoute boter, deze heerlijke combinatie is al even verrassend als het boek) in mijn rugzak terwijl ik in een ijskoud Alpenmeer plotseling tussen een zwerm blauwe libellen zwem. Magisch. Een libelle, weet ik sindsdien, is een symbool voor transformatie, verandering en het vermogen je aan te passen aan de situatie. 

Bijvoorbeeld het vermogen om je aan te passen aan verschil. De drie soorten verschillen in een relatie tussen partners legt de auteur in deel 4 uit aan de hand van 3 winkelmandjes. In de grootste mand komt 60 procent van de onveranderbare verschillen, die laten we liefdevol zijn, we steken er geen tijd en energie in (denk: rondslingerende sokken, irritante geluiden, smaken en kleuren). In de middelgrote mand komt 30 procent van die verschillen. Daarover kun je overleggen en onderhandelen en er soms tijd en energie in steken. Blijft het kleinste mandje met 10 procent. Dat zijn de duivelse dilemma’s, waar we mee dealen door er veel tijd en energie in te steken, omdat we ze dusdanig belangrijk vinden (kinderwens, samenwonen, geldzaken…). 

Later in het boek legt ze uit hoe je daar mee om kunt gaan: neem voeltijd, doe een voorstel en neem opnieuw voeltijd. ‘Probeer er niet te veel over te denken, want dat leidt vaak tot allerlei ‘oplossingen’ die meestal niet brengen wat je ervan had gehoopt. Wacht liever tot je voelt wat je wilt.’( p. 296). 

Zoals bij elk zelfhulpboek voel ik onwillekeurig een keerzijde: een gevoel van falen bij de lezer. Dat het toch niet lukt, zelfs niet met de heldere en helpende inzichten van een bevlogen auteur, een goede plattegrond en veel goede wil. Wat een averechts effect heeft op zelfcompassie en zelfacceptatie, wat dan weer de verbinding met onszelf onder druk zet. 

Al doet Matthijssen haar best realistische verwachtingen te scheppen en schaamtebestendigheid op te bouwen. Zo geeft ze aan voldoende tijd uit te trekken voor de hoofdstukken en de bijhorende worstelingen: ‘Weet dat vertragen een van de meest effectieve strategieën is als het gaat om het realiseren van verandering. Veranderen gaat langzaam’ (p. 27). De échte doorleefde mildheid vindt de lezer in het laatste hoofdstuk: Als je toch niet samen verder gaat. Relaties zijn beïnvloedbaar maar niet maakbaar. 

Ik laat de koppels in mijn EFT praktijk de revue passeren. In een latere fase, als koppels al wat grip hebben op hun negatieve interactiecirkels, als de hechte band daardoor versterkt en herstelt, kan dit boek een welgekomen aanvulling zijn. Het vraagt dan toewijding en vastberadenheid om er echt mee aan de slag te gaan. Als koppels zich door dit boek heen werken, zal hun relatie met zichzelf en de ander verbeteren, daar bestaat geen twijfel over. Maar het vraagt veilige verbinding om er je vier schouders onder te zetten. Als koppels zich aanmelden bij een systeemtherapeut, hebben corrosieve patronen al schade aangericht, en lijkt een therapeut, geen boek, toch onontbeerlijk als tijdelijke ankerfiguur.

Is het boek een aanrader voor systeemtherapeuten/-counselors? Deel 2 is het meest systemische: gewijd aan (onwerkzame) patronen die we (on)gewild versterken in de wederzijdse beïnvloeding. Handige tabellen zijn via de website downloadbaar, vb tabel 3: Gewoonten die kunnen bijdragen aan onwerkzame patronen. Of tabel 7: Voorbeelden van rode knoppen. 

Het boek behelst trouwens een mooi parallel proces: een hoge autonomie in een sterke verbinding, niet alleen als stip aan de horizon voor twee partners. Ook tussen twee verschillende therapeutische modellen. Er is voldoende verbinding én voldoende eigenheid, tussen ACT en systeemtherapie/-counseling in dit boek, tussen 2 modellen. In die synthese is Matthijssen mooi geslaagd. 

Jasmien Peeters is filosoof, systeemtherapeut en (EFT) relatietherapeut. Ze werkt voor Duet relatiebemiddeling en in haar eigen praktijk. E-mail: jasmien@focus-op-verbinding.be

Literatuur

Elvis Presley's Favorite Peanut Butter Sandwich: https://www.seriouseats.com/elvis-sandwich-peanut-butter-banana-bacon

https://stevenchayes.com/ 

Matthijssen, D., de Rooij, E. (2021). ACT in balans. Doen wat werkt voor jou in een 'maakbare' wereld. Boom. 

Perel, E. (2014). Erotische intelligentie. Kun je verlangen naar iets wat je al hebt? Bruna 

Schnarch, D. (2011). Intimacy & Desire: Awaken the Passion in Your Relationship. Uitgever Beaufort Books

boekrecensie voor het Tijdschrift Systeemtherapie, 2024/1

Uitgelezen: Op zoek naar liefde. Wegwijzers voor relatiegeluk , Chloé De Bie (2023). Pelckmans.

Jasmien Peeters

We zoeken, elke dag. Naar sleutels. Sereniteit. Sokken… En liefde, natuurlijk, graag met een hartje op de ‘i’. Zoals op de flap van het tweede boek van Chloé De Bie. De Bie is klinisch seksuoloog, relatie-, gezins- en systeempsychotherapeut, Emotionally Focused therapeut, klinisch psycholoog, rouwtherapeut en burn-outcoach. Ze geeft les op de Karel de Grote Hogeschool en Hogeschool VIVES. In 2020 schreef ze haar eerste boek ‘En ze leefden nog lang en gelukkig.... De onvermijdelijke valkuilen van de liefde’. Dit boek ‘Op zoek naar liefde’ is het vervolg. 

Op de zuurstokroze flap (roze, de lievelingskleur van wie beslist dat het leven frivoler en speelser mag zijn) staat een blauw hartvormig labyrint. Met niet al te veel moeite vind ik langs links, de weg naar het rode hartje in het midden. Dat geeft hoop. De liefde ís vindbaar en het is niet eens zo ingewikkeld. Ze onderzoekt in haar boek, met humor en mildheid, zeven stellingen over liefde, die ze vaak hoort in haar praktijk en die voor onzekerheid zorgen, bij singles en bij koppels. 

Hier komt een spoiler alert: op het einde van het boek beantwoordt ze al deze stellingen, hetzij genuanceerd, met NEE: 

  • 1 Gij zult de ware vinden

  • 2 Gij zult uw hart volgen

  • 3 Gij zult met een schone lei aan een nieuwe relatie beginnen

  • 4 Gij zult niet uit elkaar gaan

  • 5 Gij zult snel over die breuk raken

  • 6 Gij zult twee keer in de week seks hebben

  • 7 Gij zult uzelf graag zien




Zwarte en warmrode (de kleur van de liefde) inkt wisselen elkaar af in het boek. Limericks, zoals deze van Tommy Deblieck, openen de hoofdstukken:

Verstand op nul en ogen dicht

Als je voor echte liefde zwicht

Wees dan niet verward

Volg gewoon je hart

‘Lang en gelukkig’ is in zicht (p. 34)

Op p. 36 wandelt een evenwichtsacrobaat over een smalle lijn. Aan de uiteinden van zijn stok hangt een menselijk hart versus een brein. Wiebelend houdt hij ze in balans. De lezer hoeft het boek niet van begin tot einde te lezen, elk hoofdstuk staat op zich. Op het einde van elke hoofdstuk zijn er kernachtige ‘meenemers’ voor singles én voor mensen die in een relatie zitten. 

Ik begin met het hoofdstuk: ‘Gij zult snel over die breuk raken (p. 133) De gruzelementen van een hart lijm je met o.a. tijd en geduld’. Ik probeer een aantal van De Bies 27 tips en tricks uit om liefdesverdriet te verzachten: 

Speel powersongs (Ily, Ava Max), 

Zorg voor hyperfocus (ga zo in iets op dat je de wereld vergeet), 

Stop met een reden te zoeken (dé reden kennen is een illusie). 

Ga rumineren tegen (met een alternatief voor veelvoorkomende dwanggedachten als tegengewicht. Bijvoorbeeld: ‘Mijn pijn bewijst enkel dat ik kan voelen en dat ik aan hem… gehecht was. Ik heb deze herstelperiode nodig om een nieuwe relatie aan te gaan’ p. 153.)

Ida <3

Dit is mijn favoriet: ‘Vier de liefde. En zie dat begrip liefde als een breder begrip dan koppelliefde’ (p. 156). Ik denk aan een vriendin die een roze sjaal voor me breit. Of, zoals De Bie sterk suggereert (p. 263): ‘Onthoud vooral dat zelfliefde kan groeien in het dynamische contact met anderen’. Want dat is wat de lezer van De Bie écht moet meenemen: ‘Dat ook jij de kans hebt om andermans zelfwaarde te laten groeien en zelfliefde te vergroten, louter en alleen door voldoende liefde te geven… Door liefde te geven, krijg je liefde terug, waardoor de liefde voor jezelf gaat groeien’ (p.’262). Met deze invalshoek wordt liefde vindbaar en cultiveerbaar. Niet iets wat we zoeken en krijgen maar wat we creëren, kiezen en geven. 

Een boek bol van de praktische en bruikbare tips: van de gehechtheidstest van Levine en Heller, de driehoek van Sternberg (passie, intimiteit, toewijding) tot de 36 vragen van Arthur Aron die voor meer verbinding zorgen. En ook nieuwe woorden en concepten: het secretaresseprobleem, clitkunde, frustration attraction, het domino divorce-effect, het onderscheid tussen emoties voelen en voeden, de drie datingtypes volgens de Amerikaanse gedragswetenschapper Logan Ury… 

Soms heel (al te) luchtig: (‘hoe heb je seks in een vliegtuig en word je lid van de Mile High Club, p. 216)’), maar ook ernstiger, over rouw en verlies (‘wanneer een relatie eindigt, worden we belast met het heruitvinden van wie we zijn in afwezigheid van onze partner. Dat komt omdat je een deel van jezelf in de relatie stopte. Op het moment dat de ander je verlaat, neemt die als het ware dat deeltje mee’ ( p.159). 

De toon en schrijfstijl zijn zoals Chloé De Bie zelf: warm, sprankelend, levendig. Geen zware studieliteratuur voor systeemtherapeuten en -counselors, maar een boek vol troost, hoop en weetjes. Doorspekt met praktijkverhalen van cliënten. En toch onderbouwd, dat merk je ook aan de bibliografie. Het is een rijk, ecclectisch boek dat heel breed vele onderwerpen, thema’s en domeinen bestrijkt.

Deze recensie eindigt zoals het boek: On that note: ik zie je graag, lieve auteur. (Ik zag Chloé De Bie voor het eerst op een EFT-opleiding in Leuven over sex. En sindsdien weet ik: Ja, collegiale ‘Love at First Sight’ bestaat).

Jasmien Peeters is filosoof, systeemtherapeut en (EFT) relatietherapeut. Ze werkt voor Duet, relatiebemiddeling en in haar eigen praktijk. E-mail: jasmien@focus-op-verbinding.be.

Literatuur: De Bie, C (2020). En ze leefden nog lang en gelukkig... De onvermijdelijke valkuilen van de liefde. Pelckmans. 

Sapstroom

Voor het tijdschrift Systeemtherapie schrijven de (Nederlandse en Belgische) redactieleden om de beurt het voorwoord. Voor nr 35/2, het juni nummer 2023, was het mijn beurt..

Sapstroom

Beleidsdag diversiteit. We vergaderen in november 2022 met de BelgischNederlandse redactieraad van het Tijdschrift Systeemtherapie in een gebouw van Pleegzorg Antwerpen, bijna in de kruin van een monumentale bruine beuk. Takken reiken wijd, tot de ramen. Alsof we boven het lover zweven. Het geraas van de Antwerpse Ring langs de ene kant, een massieve magnifieke roodbruine kruin aan de andere kant. De beuk staat naast de Sint-Willibrorduskerk in Berchem. Een machtige, prachtige Fagus sylvatica. Wellicht een vrijheidsboom uit 1789. Zo’n groeikracht, geduld en ontwikkeling als deze boom, een erfgoedobject, hebben we allemaal nodig. De mensheid. Ook wij, systeemdenkers en -werkers.

Bijvoorbeeld om met het jaarthema diversiteit aan de slag te gaan en het ‘smeltkroesidee’ door de toekomstige nummers te weven. Niet eenvoudig, als je met een witte redactieraad zit. We bijten ons vast in het woord intersectionaliteit: bij kruispuntdenken ben je je ervan bewust dat mensen op meerdere assen kunnen afwijken van ‘de norm’, dat die assen elkaar beïnvloeden en dat dat iemands positie in de maatschappij bepaalt. Iemand kan vrouw zijn en zwart. En lesbisch.

Collega-redactielid Albert Neeleman maakt het pijnlijke invoelbaar en laat ons naar een documentaire van Sunny Bergman (2016) kijken. Hoe kijken jonge kinderen aan tegen etnische verschillen? Kinderen zien verschil, en dat beïnvloedt hun kijk op anderen en op zichzelf. Documentairemaker Bergman illustreert dit in haar documentaire Wit is ook een kleur met een experiment met poppen. De eerste versie van het poppenexperiment is in de jaren dertig van de vorige eeuw al bedacht. Het Afro-Amerikaanse echtpaar Kenneth en Mamie Clark wilde onderzoeken hoe zwarte kinderen aankeken tegen etnische verschillen, in een tijd dat hun land nog rassenscheiding kende. De kinderen kregen de keuze tussen een witte en een bruine babypop. Welke leek het meest op henzelf? Met welke wilden ze spelen? Welke vonden ze mooi, en welke lelijk? Veruit de meeste kinderen hadden meer positieve gevoelens voor de witte pop dan voor de pop met hun eigen kleur. Pijnlijk om naar te kijken. De voltallige redactie krimpt in elkaar en trekt, niet als grap bedoeld hier, bleekjes weg.

De sterke sapstroom van de beuk hebben we ook nodig om op de denktweedaagse van de BVRGS in februari 2023, de Belgische vereniging voor relatie- en gezinstherapie en systeemcounseling, samen te zoeken naar ‘de karakteristieken van de systemische identiteit in de hedendaagse psychotherapie en counseling’. Met veel zorg en warmte werden we in Mechelen twee dagen lang ondergedompeld om samen te zoeken naar verbindingen en connecties, betekenis en beweging. In het prachtige oude zwembad mogen we rode en oranje stickertjes plakken bij wat ons raakt op de flip-overs, tussen de honderden gekleurde post-its. De mijne komen gedecideerd naast de alliteratie ‘radicale rebellie’ en ‘ecosysteem’. In verzet komen tegen autoriteit om ons ecosysteem te beschermen. Werken aan rechtvaardigheid en verbinding. Grootse woorden, even groots als de beuk. Als hij het kan, dan wij ook.

De beuk zelf? Die staat daar wat eenzaam, naast de kerk. Eigenlijk helpen bomen elkaar. Wetenschappers ontdekten een ondergronds schimmelnetwerk dat de bomen en planten binnen een ecosysteem verbindt. De schimmeldraden zorgen ervoor dat bomen voedingsstoffen met elkaar kunnen uitwisselen. Er is weinig direct wortelcontact tussen bomen, vooral de schimmels zorgen voor communicatie. Deze symbiose zorgt ervoor dat voedingsstoffen gedeeld en verdeeld kunnen worden tussen de verschillende bomen en planten, en zorgt voor een positieve ontwikkeling van het hele ecosysteem. De massieve beuk, die ongetwijfeld tonnen weegt, doet me denken aan een fragment uit een boek van de Amerikaanse schrijver Richard Powers, Tot in de hemel (2019, p. 151): ‘Een hele julimiddag is ze bezig de boom uit de kuip te bevrijden en elk brokje aarde uit zijn wortels te verkruimelen. Daarna weegt ze zowel de plant als de grond waarmee hij zich heeft gevoed. Dat beukennootje van niets weegt nu meer dan zijzelf. Maar de aarde weegt nog bijna net zoveel als destijds. Er is maar een verklaring voor: vrijwel de volledige massa van de boom is uit de lucht afkomstig. Haar vader wist dat. Zij weet het nu ook.’ De beuk maakt van zonlicht massa. Dat kunnen wij systeemdenkers ook. Wij maken van connectie verbinding. Het Tijdschrift Systeemtherapie mag dan mijn schimmel zijn. Om uit te wisselen, te delen en te verdelen. Laat maar komen! Een metafoor die mijn sap doet stromen. Als we als systeemtherapeuten met elkaar verbonden zijn, wordt radicaal rebels zijn trouwens een stuk makkelijker.

Aan de stam van dit papieren nummer groeien mooie loten en sterke takken. Een bos, bomen … je weet hoe het gaat: het geheel is meer dan de som der delen.

August Hermans schrijft een in memoriam en eerbetoon aan de Canadese onderzoeker Janet Beavin Bavelas (1940-2022). Als medeauteur van onder andere Watzlawick (1967) doet haar naam wel een belletje rinkelen. Ze betoogt dat communicatie een collaboratieve actie is, een wederzijds begrip dat ontstaat tussen twee luisteraars. Ze was van grote invloed op het systemische denken.

Pieter Lucas Heye denkt in een sterk artikel met vele vertakkingen na over het idee van een kernidentiteit. Hij plaatst de overwegingen betreffende gender-affirmerende zorg in een historisch-maatschappelijke context, waarbij hij ruimte wil creëren om existentiële thema’s in het werken met genderdiverse en transgender minderjarigen te bespreken. Zijn lang en doorwrocht Systeemtherapeutische reflecties op de individualisering van gender is een plezier om te lezen. Een zoektocht wordt draagbaarder wanneer iemand (opnieuw) ruimer naar zichzelf kan kijken en zichzelf terug in een breder perspectief kan beschouwen, intersectioneel en interpersoonlijk.

Audri Lamers & Eline Möller werpen in hun artikel over multistressgezinnen en een vastgelopen thuissituatie licht op de unieke en de gemeenschappelijke werkzame elementen van drie verschillende werkwijzen: FamilieKracht, GezinTotaal en Gezinsbehandeling. Ze laten ouders aan het woord in toegankelijke stukjes en sluiten af met een aantal aanbevelingen.

Jasmien Peeters & Sanne van Megchelen-Oomens spraken voor de rubriek Professie & Persoon met Jan Bout, de medeoprichter van het Kenniscentrum voor Relaties en Psychiatrie. Elke mens is een gouden bal met bronnen en beschadigingen. Het werd een rijk en rijp gesprek. Een man die zijn groei, integratie, zelfinzicht en zelfkennis gul met de interviewers deelt. En aanmaande om zijn openhartigheid niet te veel te censureren tijdens het schrijven. Het mocht, nee, moest een bijdrage van vlees en bloed worden. Zo geschiedde.

In dit nummer ook drie verslagen van congressen waar collega’s elkaar ontmoetten.

Op het eerste congres van EFT België zat de invalshoek de verslaggever als gegoten: ‘Het glibberige thema schaamte meer voelbaar maken en ruimte creëren om met elkaar in verbinding te gaan.’ Jasmien Peeters droogt haar tranen en vertelt over een helende studiedag in Leuven.

Sanne van Megchelen-Oomens danste dan weer op het afscheidssymposium voor Justine van Lawick, Eliane Wiebenga en Hans Bom in Haarlem. Een wervelend verrassingssymposium om drie pensionado’s van het energieke en creatieve broeinest Het Lorentzhuis uit te zwaaien. Woorden als ambitieus idealisme, strijdbaarheid en kijken met je ogen en je hart, sporen u aan om dit sprankelende verslag te lezen.

Mirjam Hinfelaar klom door een zolderluik en ging naar de studiemiddag georganiseerd door de Wetenschapsadviescommissie van de NVRG in Utrecht. Ze leerde bij over gebruik van het meetinstrument SCORE-15 in systeemtherapie en praktijkonderzoek. Een sterk voorbeeld van de consequenties van consequenties blijft me bij: hoe het uitloven van een beloning voor een dode cobra enkel voor meer cobra’s zorgde. We doen complex werk in ons vak: goed kijken, meten en bijsturen blijven belangrijk. De link om het meetinstrument gratis te downloaden vind je in dit verdienstelijk artikel.

Het woord ‘boek’ is vermoedelijk afkomstig van het Germaanse woord voor beuk. De omslagen van de eerste boeken werden gemaakt van een rechthoekig stuk beukenhout. Ook boeken verbinden ons. Vier boeken werden door collega’s gelezen voor dit nummer.

Liesbet Monballiu leest een atypisch vierkant boekje met een beeldende kijk op autisme van Thomas Fondelli en Isabelle Niset. Ze is daar blij mee, want als gezinstherapeut ontmoeten we vaak gezinnen waarin een of meer van de gezinsleden de diagnose autisme kreeg. Gezin en autisme beïnvloeden elkaar wederzijds. Een pleidooi voor nieuwsgierigheid en openheid met beelden die jongeren en kinderen creëerden.

Jan Umans leest Carmien Michels’ Vaders die rouwen, met de stille hoop meer grip te krijgen in de duisternis die rouw teweegbrengt. Het boek noemt hij prikkelend en kleurrijk, al vraagt hij zich af of je over rouw wel iets kunt leren. Patronen van ongekende gevoelens doorbreken – Stop met leeglopen en verbeter al je relaties. Jongens, wat een titel.

Sophie De Groote zorgde er met deze overtuigende recensie toch voor dat ik meteen werk van de Amerikaanse Jonice Webb toevoegde aan mijn boekenkast. Een boek in directe stijl dat een mensenleven drastisch kan veranderen door gevoelens aan te wenden als een innerlijk kompas. Een boek met een gezonde mix van praktische hulpmiddelen en verdiepende inzichten.

Jasmina Sermijn schreef Elke stem een stoel – Cursiefjes uit de therapieruimte. Leny van Dalen las met ontroering de dertig verhaaltjes en vindt het een herkenbare aanrader, over luisteren naar chaotische, verdrietige of haperende verhalen. Ze geven een inkijk in de therapieruimte van een dialogisch-collaboratief systeemtherapeut.

Dit voorwoord schreef ik op de eerste zondag na de eerste volle maan van de lente. Voor christenen is dat Pasen. De lente ontploft en het groen van nieuw leven spuit uitbundig alle kanten op. Als systeemdenker houd ik van cirkels die rond zijn, en fluitend fiets ik naar de beuk naast de kerk. Eenzaam is hij niet, vogels en insecten houden hem gezelschap, en ik nu ook. Met wat verbeelding kan ik zijn sap horen ruisen door zijn nerven terwijl mijn eigen bloed door mijn aderen suist. In november was het herfst, nu is het lente. Als hij het kan, dan kunnen wij het ook. Dan kunnen onze cliënten het ook. Groeikracht, geduld en ontwikkeling.

Literatuur Bergman, S. (2016). 2doc – Wit is ook een kleur [Documentaire]. VPRO. Powers, R. (2019). Tot in de hemel. Atlas Contact. Watzlawick, P., Beavin, J., & Jackson, D.D. (1967). Pragmatics of human communication – A study of interactional patterns, pathologies, and paradoxes. Norton & Company

https://www.tijdschriftsysteemtherapie.nl/

Focussen - innerlijk luisteren

Lang moest ik niet zoeken naar een foto van mijn collega Daniel en mij voor onze website: schermafbeeldingen van de focustraining in de Zoomroom van onze focustrainer Lia.

‘Hoe hebben jullie elkaar ontmoet?’ Een vraag die ik graag aan koppels stel. Ook collega’s kunnen ze beantwoorden. Daniel en ik zijn allebei (oa) opgeleid in het EFT model van de Canadees Les Greenberg. Voor de opleidingsdagen van Level III (bij Focus on Emotion) zaten we veel samen in de auto van Antwerpen naar Leuven (Keizersberg) en terug. 2021, een bewogen herfst was dat, lange ritten en gesprekken in de file. Over lopen en fietsen, Liefde, gebroken harten, oud zeer … Gelijkenissen en verschillen. Daniel, cliëntgericht therapeut, Jasmien, systeemtherapeut. De professionele mayonaise pakte. En de timing deed de rest. Sinds september 2022 werken we samen in de Wetstraat, Daniel op de tweede V aan de tuinkant en ik (Jasmien) op de 1e V aan de straatkant met de Blauwe Regen. Als wij teambuilden, dan hangen we een gevelbord op, of oefenen we focussen.

We volgen samen de online Groeigroep focussen, januari - november 2023, met Lia Zagers en vier andere focussers (www.innerfocus.be). Focussen. Een mooi werkwoord. Je vindt het ook terug in het hart van de naam van de praktijk en ons model (EFT): www.focus-op-verbinding.be

De F van EFT staat voor focussen . Focusing verdiept alles wat je doet. Focussen gaat over mild en mindful aandacht geven aan hoe je lichaam een situatie in zich draagt. Focussen helpt je om dat wat je ergens al vaag kon aanvoelen, beter te begrijpen en te verwoorden. Dat wat je impliciet al wist, wordt meer expliciet. Dit leidt tot meer en dieper weten, tot een scherper inzicht, tot nieuwe mogelijkheden, een plan, een oplossing, nieuwe energie, concrete actie. Door te focussen ontwikkel je meer autonomie, zelfvertrouwen, creativiteit en draagkracht.

“Ik weet zelf mijn weg door het oerwoud wel te vinden, zolang er maar iemand bij mij is die mij gezelschap houdt terwijl ik dat doe”
— Gendlin

De grondlegger van Focussen is Prof. Eugene T. Gendlin, hoogleraar psychologie en filosofie aan de Universiteit van Chicago. In de jaren ’60 onderzocht Gendlin waarom bepaalde cliënten in psychotherapie meer succesvol waren dan anderen. Hij ontdekte dat de sleutel tot positieve verandering verband houdt met een waarnemende, open en verkennende aandacht voor het eigen lijfelijk aanvoelen van situaties in het hier en nu. Op die basis ontwikkelde hij een manier waarmee je dit soort aandacht kunt aanleren en hij noemde dit ‘Focusing’.

Experiëntiële psychotherapie is de overkoepelende benaming voor alle humanistische therapieën en onderscheidt zich hiermee van psychodynamische therapie, cognitieve gedragstherapie en de systeemtherapie. In de experiëntiële of ervaringsgerichte benadering zijn we gericht op het contact maken met de eigen onderliggende ervaringsstroom en daar symboliseringen voor vinden. Een ervaring wordt dus gesymboliseerd, krijgt uitdrukking, er groeit een ‘gevoeld inzicht’ omtrent wat de cliënt bezighoudt. Dit besef overstijgt het louter rationele begrijpen of de cognitieve verklaring. Dit alles gebeurt in het nabijzijn van een begrijpende, meezoekende, aanvaardende, authentieke en ondersteunende andere.

Spreekt het je aan? Welkom in onze praktijk.

meer lezen?

https://focusing.org

een video met Les: Six principles for working with emotions. In this video, Les Greenberg explains the six important principles when working with emotions in Emotion-Focused Therapy. The Counselling Channel https://www.youtube.com/watch?v=VfsVqk-ke_s

congresverslag voor het Tijdschrift Systeemtherapie (nr 35.2)

Glibberige Schaamte, Eerste congres van EFT België

[Leuven, 30 september 2022]

Jasmien Peeters

Een EFT-congres over schaamte. Ik heb er naar uitgekeken. Vaak voel ik in sessies intuïtief aan dat schaamte een niet-helpende rol speelt. Schaamte bij mezelf, schaamte bij de ander(en). Én dat ik de fijne stafkaart niet heb om dat te benoemen, laat staan te transformeren of de blokkade op te heffen. De invalshoek zit me als gegoten: “het glibberige thema schaamte meer voelbaar maken en ruimte creëren om met elkaar in verbinding te gaan”. 

Schaamte is een universele basisemotie. We hebben en (her)kennen ze allemaal. Onderzoek bevestigt dat de emotie schaamte vier actietendensen heeft, het kan ons vier dingen ‘doen doen’: het zelf neerhalen, de ander neerhalen, terugtrekken en afsluiten van het gevoel. Logisch dan ook dat schaamte een grote factor is in psychisch lijden. Soms, niet altijd, verbonden met trauma. Altijd verbonden met niet gezien worden, doordrongen van gevoelens van falen en geen liefde waard te zijn. Schaamte bevestigt zo onze menselijke basisbehoefte aan verbinding: ik wil graag in een relatie zijn met jou, daarom verberg ik een deel van mij om me te beschermen tegen de mogelijkheid dat ik niet langer de moeite waard ben voor jou.

Het EFT-model van de Canadese psychologe Sue Johnson toont ons de weg hoe we therapeutisch kunnen werken met schaamte. Hoe kunnen we schaamte (h)erkennen in de therapiekamer, bij onze cliënten én bij onszelf? Wat doen we dan best, wanneer en waarom? Wat is de ‘psychologica’ van schaamte? Met deze focus werd het een fantastische studiedag, met vier lezingen in de voormiddag en (ervaringsgerichte) workshops in de namiddag. 

Van de achterste rij heb ik een mooi zicht op een gevulde zaal met EFT’ers, therapeuten en counselors. De voorzitter van EFT Belgium, Lieven Migerode, opent zichtbaar ontroerd de dag. Hij wijt dat aan zijn ‘aftakelende frontale lobben’. Ook ik hou het doorheen de dag niet altijd droog. Een flamboyante Chloé De Bie (seksuologe en zangeres) zet de deuren van mijn hart wagenwijd open met haar charme en keelkropliedjes. 

If I needed you, would you come to me? Would you come to me for to ease my pain? If you needed me, I would come to you. I would swim the sea for to ease your pain.

Vier doorwinterde EFT’ers zorgen voor een ijzersterke voormiddag. De eerste drie vrouwen klinisch psychologe, de laatste man een sociaal werker. Gianina Frediani staat als sterke dagopener stil bij de rol van empathie: ‘Wanneer verlangen naar onzichtbaarheid de enige manier lijkt om de liefde in stand te houden. De dialectiek tussen gezien en niet gezien willen worden bij schaamte’. De Nederlandse Karin Wagenaar staat stil bij de rol van schaamte bij de therapeut en onderzoekt de informatie die in de schaamte verborgen zit. Mieke Hoste bezoekt de plek van schaamte bij verslaving. Jef Slootmaeckers staat stil bij hoe empathie met het zelf een voorwaarde is tot empathie met de ander. 

Rode scherpe neonpijlen wijzen naar ‘SHAME ON YOU’ op de eerste dia van Mieke Hoste, systeemtherapeute en EFT- supervisor (ICEEFT). Schaamte woont ook in de onderbuik van verslaving. Ze vertelt, in de lezing die me het meeste raakte, hoe drugs als ‘quick fix’ een stressregulator zijn in onze maatschappij,waarin de ‘cultuur van perfectie’ gebruik stimuleert. Door schaamte duurt het gemiddeld twaalf jaar vooraleer iemand met een verslaving hulp zoekt en aan de slag gaat met de heling van een schaamtevol zelfbeeld. Door de verslaving wordt mijn ‘waardeloze zelf’ uiteindelijk al te pijnlijk bevestigd. De weg uit die schaamte lijkt vaak te moeilijk. Een EFT procesbegeleider maakt dat mogelijk biedt met haar accepterende en validerende houding de ruimte om een verslaving uit de schaamtehoek te halen.

In de namiddag is kiezen voor twee workshops, zoals steeds op studiedagen, het gebruikelijke verliezen… Ik sluit eerst aan bij Katrien Lagrou: Als de therapeut schaamte in de ogen kijkt: groeien naar meer authentieke aanwezigheid in de therapeutische relatie. Ook Lagrou is relatietherapeut en EFT-supervisor (ICEEFT). In deze ervaringsgerichte workshop onderzoeken we hoe een compassievolle verbinding met onze eigen schaamte onze authenticiteit kan vergroten en ons contact met onze cliënten kan verdiepen. Hoe kijken we onze eigen schaamte in de ogen? Die ervaring binnengaan en contact maken met de door schaamte verborgen gevoelens van verdriet en rouw is een kwetsbaar proces. Het is de ervaring van een belangrijke authentieke ander die er voor ons is die helend is voor schaamte. ’Kan ik voelen dat ik in deze ervaring verbonden ben met jou en alle mensen?’ Zo kan onze eigen ervaring met schaamte, zonder dat ze ons overspoelt of uit balans brengt, een belangrijke bron van wijsheid worden en resoneren met de ervaring van schaamte als universele menselijke ervaring. 

Jef Slootmaeckers spreekt over gedeelde kwetsbaarheid. Soms hopen we dat cliënten empathisch zullen reageren wanneer ze de kwetsbare kant van de andere partner zien of wanneer de ander zijn hechtingsnood helder weet te verwoorden. De ervaring leert ons dat dit niet altijd zo is. Dan raken we teleurgesteld in onszelf of gaan we twijfelen of we er wel goed aan doen mensen aan te moedigen kwetsbaar te zijn. In zijn voormiddag-lezing legde hij uit dat we cliënten op zulke momenten eerst moeten helpen empatisch te zijn met zichzelf voor we van hen kunnen verwachten dat ze empathisch zullen reageren op de anderen. Vanuit het model van gehechtheid blijkt immers dat het vermogen om empathisch te zijn met anderen zelden afwezig is, maar eerder verborgen zit achter of onder een wolk van schaamte. Mensen hebben de natuurlijke neiging tot groei en empathie. je hoeft die niet aan te leren, het is er al. 

Slootmaeckers neemt ons in de namiddag verder mee in de manier waarop we soms onbedoeld schaamte vergroten door ons te verbinden met de wens tot verandering waarmee cliënten binnenkomen. Hij beschrijft de paradoxale houding die we als therapeut best innemen . Net wanneer schaamte voelt dat het niet hoeft te veranderen, zal het ten gronde verandering toelaten.

Geïnspireerd ga ik naar huis. Een studiedag die helend was. De zeven kapstokken van Karin Wagenaar om te werken met schaamte neem ik mee: 

- Gun schaamte haar plek, breng haar liefdevol in dialoog en dank haar voor haar functie, valideer dat de schaamte iets goeds gedaan heeft om uitsluiting en uitstoting van de client te voorkomen..

- Benoem de schaamte op een liefdevolle manier. Schaamte kan niet in het licht overleven. Doe dat geleidelijk en voorzichtig.

- Heb compassievolle aandacht voor de onderliggende pijn, in de vorm van een afgestemde troostende aanraking of een bemoedigende zachte blik. Je herstelt hiermee de interpersoonlijke brug.

- De schaamte kan doorbroken worden door letterlijk in beweging te komen, door de levenskracht weer te mobiliseren. 

- Geef aandacht aan de veerkracht en de dingen waar iemand trots op is (pendelen tussen pijn en kracht).

- Normaliseren en ontwapenen. Als therapeut (en supervisor) helpen we onszelf en ook de client om de innerlijke criticus te verminderen, door die te valideren, en wellicht ook over eigen missers te vertellen. Humor is daarbij heel helpend.

- Gebruik schaamte als therapeutisch instrument voor sociale regulatie. Hoogmoed of zelfoverschatting vraagt om enige milde beschaming. Het is onze taak als therapeut om de client terug te brengen in the window of belonging.

Jasmien Peeters is filosoof, systeemtherapeut en (EFT) relatietherapeut. Ze werkt voor Duet relatiebemiddeling en in haar eigen praktijk. E-mail: jasmien@focus-op-verbinding.be.

Let's Talk About SEX, Studiedag BVRGS

Healing through meeting

Op 17 maart 2023 gaf ik een workshop op de jaarlijkse studiedag van de Belgische Vereniging voor Relatie- en Gezinstherapie en Systeemcounseling in Berchem aan 35 collega’s. Hoe worden we in ons leven vrijer, autonomer en spontaner? Met een ‘sensate focus’ oefening (Masters and Johnson, 1960s) liet ik collega’s systeemtherapeuten en - counselors afstemming, uitreiken en communicatie exploreren in een balans van geven en ontvangen, op de contactgrens van onze huid, met de aandachtige handen van de ene en een onderarm van de andere. Dit is de abstract:

You're my medicine, open up and let me in
Darling, you're so great, I can't wait for you to operate (Heal me my darling)
(Heal me my darling)
Marvin Gaye

Ivan Boszormenyi-Nagy, de Hongaars-Amerikaanse psychiater en grondlegger van het contextuele denken, heeft weinig geschreven over seks. In zijn 'Tussen geven en nemen' schittert het zelfs door afwezigheid in het register.
Toch geeft hij ons een relationeel-ethisch kader en begrippen om te spreken over erotiek en mensen aan te moedigen daarover in dialoog te gaan, met zichzelf en elkaar.

In deze workshop verkennen we hoe seksuele heling in een contextueel proces vorm kan krijgen. Hoe kan je je cliënten inspireren in hun proces van Zelfafbakening en Zelfvalidatie, van innerlijke vrijheid en verantwoordelijkheid?
Als we ons (meer) bewust worden van de eigen lasten, inzet, rechtmatige verlangens en behoeftes kunnen we zoeken naar een passende balans tussen zorg voor het zelf en zorg voor de ander, ons zo kenbaar maken in de erotische ruimte. Nieuwsgierig zijn naar en ontvankelijk zijn voor de beleving en de behoeften van de Ander. Erkenning en Zelfvalidatie leiden tot de vrijheid om passend te geven én te geven door te ontvangen, om ruimte in te nemen, af te grenzen, stop te zeggen, of te (durven) vragen.

Groei in een diepere relatie met onszelf, en van daaruit, met anderen en het andere, kan daarbij de stip aan de horizon zijn.

Met dank aan alle collega’s om dit samen vorm te geven!

Jasmien Peeters is filosoof, contextueel systeemtherapeut en EFT relatietherapeut. Ze werkt voor Duet relatie- bemiddeling en heeft haar eigen praktijk. Ze is lid van de redactieraad van het Tijdschrift voor Systeemtherapie.

Congresverslag voor het Tijdschrift Systeemtherapie

Trauma vanuit systemisch perspectief, Studiedag georganiseerd door de BVRGS (Belgische Vereniging voor Relatie- en Gezinstherapie en Systeemcounseling)

[Berchem, 18 maart 2022], Jasmien Peeters

Exact twee jaar nadat de lockdown vanwege COVID 19 inging, kan de studiedag van de Belgische systeemvereniging weer live doorgaan. Heerlijk… Zelfs een uitgesproken introvert als ik kijkt er naar uit. Eindelijk collega’s terugzien en omhelzen, systemisch geroezemoes, blij weerzien van oude en nieuwe bekenden. Ik verlang er zo naar om mijn batterij op te laden in een groep gelijkgestemde denkers. Honderdnegenenveertig collega’s, counselors en therapeuten, kruisen een dag lang mijn pad in het ALM. Dat is het mooie BVRGS-logo in veelvoud. Het systemisch paradigma is hier springlevend in al zijn heterogeniteit. 

Onder een volle lentemaan fiets ik naar Berchem. ’s Morgens op de keukenradio is trauma, het thema van deze congresdag, bittere realiteit. Het theater in de Oekraïense stad Marioepol is verwoest door raketten. Het werd door burgers als schuilplaats gebruikt. Daarbij kwamen wellicht driehonderd mensen om het leven. Wanneer ik dit verslag schrijf, eind april, woedt de oorlog nog volop. Mensen met beenmergtrauma’s en amputaties worden binnenkort in België opgevangen om te revalideren. Ze hoeven gelukkig niet alleen te komen, maar mogen een familielid meenemen. Hechte banden zijn cruciaal bij herstel. Er is veel aandacht voor trauma in de eenentwintigste eeuw en dat is goed. Wat kunnen systemische hulpverleners doen? Zijn wij van meerwaarde? 

Illustrator Heike Sofia Villavicencio vangt de impressies en gewaarwordingen en vertaalt die doorheen de studiedag in een beeld.

‘Trauma vanuit systemisch perspectief’. Een mooi affiche, letterlijk en figuurlijk, met acht vrouwennamen. De enige man op het podium zal Joeri Villa Aras zijn, de aftredend voorzitter van de BVRGS. Vier jaar lang heeft hij de BVRGS als bevlogen stuurman door soms woelige wateren geleid. 

Het is voelbaar met hoeveel zorg en liefde deze dag in elkaar is gestoken. Een Disney-animatiefilm ‘Far from the tree’ (2021) over een kleine en een grote wasbeer, maakt alvast als dagopening levendig hoe trauma’s met de bijhorende littekens intergenerationeel worden doorgegeven, en waar mogelijkheden tot herstel en geloof in verandering zitten. 

Een tafel naast het podium met verfkwasten en kleurpotloden trekt mijn nieuwsgierige aandacht. Illustrator Heike Sofia Villavicencio vangt de impressies en gewaarwordingen en vertaalt die doorheen de studiedag in een beeld. Langzaam verschijnen een jongen die ondersteboven naar beneden valt en handen die vangen en beschermen. Het zal een palet van fris groen worden. Het is een meerwaarde: gefascineerd zie ik op een groot scherm hoe een tuimelend beeld van schade en liefde zich ontvouwt. 




We lopen trauma’s (vaak) op in relaties en helen ze ook steeds in relaties. Hoe systemisch wil je het hebben? Daarover gaat deze dag. De twee sterke plenaire lezingen in de voormiddag zetten het thema stevig neer. Tussen twee geliefde collega’s gezeten voel ik me geflankeerd door warmte en connectie. Langs links en rechts goed geworteld. 

Greet Splingaer, coördinator van Rapunzel en de eerste plenaire spreker, heeft door het nieuws uit Oekraïne een herkenbare reflex: terugdenken aan onze grootouders, getraumatiseerd na de Tweede Wereldoorlog. Ik denk aan mijn grootvader die naar het oorlogsfront trok en alle jaren van zijn verdere leven kampte met ernstige ptss. 

Trauma is iets heel erg schokkends dat zich diep ingraaft en ons uit balans brengt. De hoop op heelheid wordt vernietigd. En trauma zorgt ervoor dat we uit verbinding geraken, met jezelf en met anderen. 

Splingaer toont een foto van een beeldhouwwerk van de Belgische Berlinde De Bruyckere (Gent, 1964). Het geeft trauma zijn pijnlijke verwrongen gezicht (J.L., 2005-2006). Het beeld schreeuwt pijn, schaamte, zelfafwijzing, afgrijzen en diep wantrouwen. Bijna te pijnlijk om naar te kijken. 

Splingaer hangt haar lezing uiteraard op aan een sprookje: Blauwbaard. Ze maakt het thema van de dag aanschouwelijk, samen met het verhaal van een client: “Er zit een raar zinnetje in mijn hoofd. Ik weet niet waar het vandaan komt en het gaat ook niet weg… ‘Ik ben misbruikt’ ”. Ze schetst de opbouw van een hoopvol systemisch-relationeel kader in het werken met trauma, en hoe we als systeemtherapeuten onze unieke kennis en ervaring vanuit het systeemdenken kunnen koppelen aan de hedendaagse visie op trauma. De jonge vrouw van de moordenaar Blauwbaard vraagt aan haar zus om hulp te zoeken: “Zuster Anna, ziet ge al iets komen?” De broers zijn op komst en redden haar. Dat zijn de veerkrachtige verbindingen die voor heling zorgen. Ook als hulpverlener helpen we om de weg te openen naar die betrouwbare connecties, zowel in onszelf als relationeel. Hét antidotum voor trauma zijn goede relaties. 

Daarna volgt Kris Decraemer, staflid bij de Interactie-Academie en systemisch supervisor, met wat voor mij de meest verruimende en inspirerende lezing zal blijken te zijn: ‘Vele wegen naar trauma. Een systemisch kompas als houvast’. Ze legt de focus op mensen die in het hart van relaties op langdurige wijze met geweld, afwijzing of emotionele verwaarlozing worden geconfronteerd. 

Ze is gebeten om een systemische benadering vast het houden bij trauma-exposure en daarbij niet te kantelen naar een intrapsychische lens. Het is een zoektocht geweest om uit dat intrapsychische te blijven en gebruik te maken van de expertise die het systemische veld heeft. Ze heeft die methodiek SITE genoemd: systemische individuele trauma exposure. Het is een omgekeerde beweging: je kan met gezinsleden samen werken in de hoop dat elk gezinslid daar beter bij vaart, je kan ook op systemische wijze starten met een gezinslid en bewegingen in gang zetten die goed worden voor het hele systeem…

Ze werkt met cliënten om los te komen van het versmallend keurslijf van trauma. Een congresverslag is ontoereikend, maar ik voel hoe ik al luisterend een soort aha erlebnis ervaar… Met elementen als het biografisch interview en als toehoorder het eigen verhaal beluisteren, reflecties van de twee luisteraars als betrokken getuigen aan het hele proces, outsider witness bijeenkomsten met zelfgekozen familie- en netwerkleden en het uitproberen van nieuwe positioneringen ten aanzien van hechtingsrelaties.

In de namiddag zorgen de vijf workshops voor de klassieke keuzestress. Met pijn in het hart kies ik niet voor Katrien Lagrou, Sabine Bogaert en Yvette Desmet.

Ik sluit voor de eerste workshop aan bij dr. Nicole Ruysschaert: “’individuele systeemtherapie met hypnose’. ‘ego-state therapy”’ en ‘internal family system therapy’ zijn twee nauw verwante therapieën die de systemische visie binnenin een individu uitwerken. We bestaan allemaal uit ‘delen’ (een kleurrijke allegaartje van mannetjes en popjes van Ruysschaert illustreert dat). Elk deel heeft goede bedoelingen. De basishouding heet alle delen, zonder voorbehoud, welkom. Ze worden uitgenodigd om samen te werken. Delen worden niet veroordeeld of verbannen. We zijn vooral nieuwsgierig naar hun positieve, beschermende functie. Door hypnose kunnen we het linkerbrein (gericht op logica en feiten) wat loslaten, dat biedt de meerwaarde van openheid en creativiteit. 

Sabine Vermeire dompelt ons onder in ‘De vele tentakels bij trauma’, met ‘ernstige speelsheid en speelse ernst’ in het spreken met kinderen, (jong)volwassenen en hun netwerk. 

De origami, kralen en kwinkslagen vliegen in het rond. Er wordt veel gelachen: de levendigheid verdrijft instant de klassieke namiddagdip. Toch is het ook ernstig: hoe kunnen we samen veerkrachtbevorderende netwerken weven rond trauma en verlies (een verlies van gevoel van nog grip te hebben op de gebeurtenissen, van gevoel ertoe te doen, betekenisvol te zijn, een waardevolle bijdrage te leveren, het leven te begrijpen). Niet met mirakels maar wel met kleine betekenisvolle stapstenen. Ook hier weer: relaties benutten als de krachtigste buffers en het tegengif voor de pijnlijke ingrijpende effecten van trauma.

Mijn ‘internal family system’ is op het einde van de dag alleszins verzadigd en fietst opgeladen terug naar huis. Zoals vanouds na een studiedag, heerlijk overprikkeld. Het antwoord is alleszins duidelijk en unisono: systeemdenkers hebben een unieke meerwaarde bij het helen na trauma. 

Jasmien Peeters is filosoof, systeemtherapeut en (eft-)relatietherapeut. Ze geeft les, werkt voor Duet relatiebemiddeling en in haar eigen praktijk. E-mail: jasmien@focus-op-verbinding.be.

Altijd en in de eerste plaats een gezinstherapeut. Interview met Greet Splingaer

Voor het tijdschrift Systeemtherapie interviewde ik samen met Albert Neeleman collega Greet Splingaer (nummer 34.1). Professie en Persoon is onze vaste rubriek, een Nederlander én een Vlaming zijn complementair :-) . In deze rubriek gaat het om het delen van kennis en ervaring via het persoonlijke en unieke verhaal van een bekende systeemtherapeut. http://www.tijdschriftysteemtherapie.nl :

Professie & Persoon . Altijd en in de eerste plaats een gezinstherapeut. Interview met Greet Splingaer

Jasmien Peeters & Albert Neeleman

Op een winderige septemberwoensdag spoor ik (JP) naar therapie- en vormingscentrum Rapunzel voor een interview met Greet Splingaer als mens, als systeemdenker en als gezinstherapeut. Samen met Albert Neeleman neem ik de rubriek Professie & Persoon over van Cathy Van Gorp en Erica Siegers. Het is onze eerste samenwerking. Uit Amsterdam en Antwerpen vertrekken we, met Diest als snijpunt.

Splingaer ken ik vooral als ‘de opleider van de sprookjes’. Dat klinkt als een wat magere en vage voorbereiding, dus in de trein herlees ik nog eens de Professie & Persoon die Splingaer zelf schreef voor dit tijdschrift. Samen met Bruno Hillewaere interviewde ze immers haar leermeester, de Italiaanse systeemcoryfee, kinderpsychiater en gezinstherapeut Maurizio Andolfi (Splingaer & Hillewaere, 2019).

In haar lievelingsruimte in Rapunzel zoeken we een plek tussen de gezellige kussens en leggen we een dictafoon op tafel. Of liever: we doen een poging, want gekras en gekraak doen ons eerst verbaasd wat zand van tafel vegen. Het zand komt uit een zandbak waarin heel wat afgespeeld wordt. De toon is meteen gezet: creatieve, speelse en experiëntiële werkvormen! Mijn oog valt ook op een opvallende lachende pop. Later blijkt dat Mauro te zijn, de co-therapiepop van Greet en naamgenoot van Andolfi. En ergens ligt een dik sprookjesboek van Grimm. Wie Rapunzel kent, is vertrouwd met de sprookjes die Splingaer in elke nieuwsbrief als rode draad gebruikt. En wie met aandacht naar het logo kijkt, de toren waarin Rapunzel opgesloten zit, ziet dat het licht brandt en de deur op een kier staat.

Splingaer is hees en zou haar stem moeten laten rusten, maar er is te veel te vertellen. Over de verbinding tussen haar persoonlijke ervaringen en haar werk als therapeut, opleider en coördinator, de groei daarin en hoe die tot stand kwam. Over het belang van het geven van een stem aan kinderen in therapie en over systeemdenken in een maatschappij waarin grootschaligheid de bovenhand dreigt te nemen.

Context en samenhang zijn belangrijk, herhaalt Splingaer een paar keer tijdens het gesprek, dus laat ons die schetsen. Families ... een rode draad die begint in ons eigen gezin, onze grootste inspiratiebron. Splingaer wordt geboren in Ukkel in 1963. Ze groeit op in een gezin waar ouders het ontzettend goed bedoelen maar er anderzijds ook veel belas- tende zaken gebeuren. Ze is een sterk kind, een trekker, goed in het oplos- sen van problemen. Ze redt zichzelf. Liefdesverdriet lost ze in haar eentje op door vier dagen in bed te liggen, niet door er woorden aan te geven, laat staan troost te krijgen.

Als tweede kind in een gezin met vier kinderen en enige dochter van zoekende ouders beschrijft Splingaer zich als een heel sociaal meisje met veel verbeelding, dat al jong leidster wordt in de jeugdbeweging. Ze is ook een eenzaam kind, met een last op haar schouders. Spreken daarover is niet gemakkelijk, maar wel belangrijk. ‘Want therapeuten zijn gewone mensen, geen supermensen, met hun eigen pijn en verlies’, zegt Splingaer.

Haar vader werkte als een gepassioneerd paleontoloog. Zijn bevlogen- heid brengt hem bij lange expedities naar onder andere Ethiopië, op zoek naar sporen van Lucy, de eerste mens. Graven in geologische lagen, met een tandenborstel op zoek naar kleine stukjes, om daar dan een groter verhaal van te maken. Hij is lange periodes van huis, brieven zijn lang onderweg. Het kleurt het gezin. En het maakt Splingaer eerst tot emotio- nele steun en toeverlaat van haar moeder en uiteindelijk tot een rasechte gezinstherapeut.

Het zichzelf redden is iets wat ze later in haar leven weer voor een deel heeft moeten afleren. Een hele transitie waar ze vele jaren over heeft gedaan.

Met stukken en brokken, na een scheiding, dankzij de liefde, haar (stief)zonen, die haar zachter en toegankelijker maakten, haar gezin, vriendschappen. Kwetsbaarheid is ook een kracht. Ze leerde dat uitreiken, anderen nodig hebben, minstens even belangrijk is als zelfredzaam zijn en blijven doorgaan.

Splingaer wilde ook archeoloog worden en werd dat in zekere zin: een groter verhaal maken van kleine stukjes uit verschillende trans- en inter- generationele lagen. Een studie menswetenschappen is een voor de hand liggende keuze voor haar. Die vanzelfsprekendheid vindt ze evenwel niet terug in de opleiding pedagogiek aan de KU Leuven. Integendeel, ze is er niet bijster gelukkig. De focus ligt naar haar smaak te veel op diagnostiek en de aca- demische invalshoek is er heel gedragsmatig.

De grote redding blijkt een toevallige stage in het vierde jaar bij Loven- joel, het communicatiecentrum van Paul Igodt en Alfons Vansteenwegen. Ze ervaart het als een openbaring. Wat volgt is een fascinerende tijd waarin zij leert met gezinnen en families te werken. In het centrum heerste in de jaren tachtig van de vorige eeuw een bruisende en rebelse sfeer, met en dankzij een boeiend spanningsveld tussen Igodt en Van-steenwegen. De beide hoogleraren belichaamden ieder een heel andere visie op systeemtherapie. De dichotomie tussen enerzijds de pragmati- sche en communicatiegerichte systeemtherapie en anderzijds een systeembenadering met de nadruk op transgenerationele en dynamische aspecten. Zeg maar de westkust versus de oostkust van de Verenigde Sta- ten. Er werden (grote) families gezien in Lovenjoel, verhalen kwamen tot leven doorheen de verschillende generaties. Er was ruimte voor bruisende creativiteit, improvisatie en vernieuwing. Splingaer, die zich overigens eerder thuis voelt aan de oostkust, vertelt vol vuur over de vele uren die ze in haar vrije tijd achter de doorkijkspiegel doorbracht, met live supervisie en co-therapie. Een soort magie om jaloers op te zijn, die nu niet meer kan bestaan, en dat is jammer. In de terugblik van Splingaer klinkt een mix van nostalgie en toch ook wat vraagtekens bij die modernistische experi-menten, die soms flirtten met de grens van het geoorloofde.

Splingaer heeft de smaak van het systeemdenken te pakken en volgt een postgraduaat Familietherapie. Ook daar ervaart ze ondertussen een belangrijke ‘maar’: ‘Er was een leemte: kinderen kregen nauwelijks een stem in de sessies. Ze schitterden door afwezigheid en dat klopte niet. “Hoe kan ik die kinderen erbij halen?” Dat werd mijn grote zoektocht en drijfveer in de jaren erna. Ik werk ontzettend graag met kinderen, ze heb-ben me al zoveel geleerd over het vak. Ze kunnen je op een hele eerlijke manier bevragen.’ Voor Splingaer zijn kinderen belangrijke leermeesters, met hun ontwapenende authenticiteit. Vanuit hun ongedwongenheid geven ze haar een schat aan informatie. Samen met kinderen maakt ze een context waarin ze nieuwsgierige vragen kunnen stellen en zich tonen. ‘Ik denk aan twee kleutermeisjes en hun alleenstaande mama. Toen mama op het einde van de sessie begon te huilen, kon ik woorden geven aan hoe de meisjes haar probeerden te troosten. Taal geven aan het geven. Toen we de sessie afrondden, kwamen die twee meisjes naast me zitten in deze zetel, eentje links, eentje rechts. Ze legden dat dekentje over mij en zeiden: “Je hoeft je agenda niet te pakken hoor Greet, want wij komen niet meer terug.” Ze pakten me zacht in, omhulden me en tegelijkertijd wezen ze een nieuwe afspraak af. Ze namen me heel zorgzaam mee in hun wereld en toonden me wat belangrijk is: het verdriet van mama natuurlijk. Ik kon dan woorden geven aan hun bezorgdheid, voor mama en ook voor mij. Zo zijn die twee meisjes van vier en vijf jaar een inspiratiebron voor mij: wat ze nodig hebben, wat zij denken dat hun mama nodig heeft. Door daar woorden aan te geven, werd het wat rusti- ger en konden we uiteindelijk toch een nieuwe afspraak maken’ (lacht).

Hoe kunnen we kwetsbaar verbinden, ook met (stukken van) onszelf, en over existentiële thema’s spreken? Het zich verdiepen in de gestalt- therapie blijkt daarbij behulpzaam en inspireert haar tot prachtige expe- riëntiële werkvormen, zowel voor het proces als voor de ervaring, om beel- dende taal en spel te integreren in het verdiepende werk met kinderen.

Een mensenleven wordt bepaald door ontmoetingen en verbindingen. Splingaer noemt er tijdens ons gesprek spontaan drie die voor haar belangrijk zijn geweest. Maurizio Andolfi, Jean-Marie Govaerts en Bruno Hillewaere, niet toevallig alle drie bevlogen systeemdenkers.

De ontmoeting met Andolfi zou heel bepalend blijken voor Splingaers ontwikkeling. Net als zij verloor ook hij in zijn gezin een broer aan psychoses en suïcide, en dat zorgde voor warme herkenning en een sterke connectie. Splingaer liet zich, voor het eerst misschien, gidsen, dragen en leiden, door een warme Italiaan die in zijn rol als therapeut heel dichtbij kon zijn, maar wel duidelijk en steevast vanuit zijn rol.

Wanneer Jean-Marie Govaerts op zoek is naar een co-opleider, ziet hij in Splingaer op een studiedag van Jeugdzorg de systeemdenker die hij zoekt. Op zijn uitnodiging start ze als opleider bij het opleidingscentrum voor psychotherapie Kern. Hij geeft veel vertrouwen: ‘Spring maar.’ Het was nooit haar droom of uitgestippeld plan, maar de combinatie van gezinstherapeut in de praktijk en opleider bij Kern vindt ze heerlijk. Theorie en praktijk. Enerzijds zijn kaders en modellen belangrijk in het werk, anderzijds zijn contact en connectie het kloppend hart van ont- moetingen.

Nog zo’n wezenlijke ontmoeting blijkt die met Bruno Hillewaere, nu opleider bij Euthopia, een centrum voor systeemtherapie, opleiding en supervisie in Breda. Hij is als een broer voor Splingaer en een belangrijk referentiepunt als mens en als professional. Samen met hem geeft ze bij Rapunzel de eerste jaaropleiding Werken met kinderen en jongeren van-uit een gezinsdynamisch ontwikkelingsperspectief ‘Waarom Doornroosje 100 jaar moet slapen’. Tot op de dag van vandaag werken ze veel samen.

Een gedeelde droom van vier gelijkgestemde vrouwen die elkaar ont-moetten door hun werk in Jeugdzorg, bracht Splingaer ertoe om in 2000 Rapunzel op te richten. Wat nu een groot therapie- en vormingscentrum is met veertig ‘Rapunzelaars’ (wat een mooi woord), begon in een klein peperkoeken huisje in Lummen, ingericht met kringloopwinkelspullen. De naam was snel gevonden, met dank aan de gebroeders Grimm: Rapunzel, het meisje met lange goudblonde haren dat vastzit in de toren en zich vanuit haar mogelijkheden en kracht uit een moeilijke situatie kan bevrijden. In de beginjaren was Rapunzel voor Splingaer een ‘speeltuin’ waarin ze kon experimenteren en groeien.

Het sterk en flink zijn komt haar van pas als in 2012 bij Kern abrupt de stekker er uitgetrokken wordt. Rapunzel biedt voortaan onderdak en continuïteit aan de opleidingen van Kern, en Splingaer wordt coördinator van een hechte organisatie. Cliënten en cursisten komen beiden bij Rapunzel over de vloer en dat zorgt voor een boeiende kruisbestuiving.

Van een kleine speeltuin groeit Rapunzel uit naar een grote organisatie met veel werk op de plank, en Splingaer groeit mee. Van het eerdere autoritaire leiderschap van Kern wordt afscheid genomen. Inmiddels zijn er een gezinsteam en een volwassenenteam en een sterke verbinding tussen de twee. ‘Hoe kunnen we passend groeien en toch de rebel blij- ven? Dat is de uitdaging waar we nu met Rapunzel voor staan’, vertelt Splingaer. Kleinschaligheid is en blijft heel belangrijk, want dat ziet ze als het dna van Rapunzel. Groots in klein zijn. Het is een eigenzinnig ant- woord op de maatschappelijke trend van grote fusies en harde normeringen. De corona-epidemie heeft dat verlangen om trouw te zijn aan de visie zelfs nog versterkt. Een samenwerkingsgerichte en dialogische hou- ding loopt verticaal, horizontaal en diagonaal door de organisatie.

Onze levensweg werkt door in onze manier van werken als therapeut en opleider. Ook het professionele traject van Splingaer kreeg daardoor een heel eigen kleur. Een aantal belangrijke concepten en ideeën hoort voor haar bij de kern van haar eigenheid en werk: het (intergenerationele) gezinsontwikkelingsperspectief, dat zo dicht aansluit bij gezinnen: wat er leeft, waar ze voor staan, de thema’s die belangrijk zijn. Ontwikke ling is dan een hoopvol thema, met de focus op groei en toekomstkansen, in plaats van op pathologie en moeilijkheden. Grote namen vallen, van de bijzondere denker en pionier van gezinstherapie Murray Bowen tot Monica McGoldrick, bekend van haar werk met genogrammen en een autoriteit in systeemland. Ook psycholoog en relatietherapeut Mona Fishbane passeert de revue, net zoals familietherapeut John Byng-Hall, kindgerichte gezinstherapeut Eliana Gil en gezinstherapeut Dan Hughes die furore maakt met zijn hechtingsgerichte benadering van gezins- therapie. Collega’s wereldwijd die Splingaer inspireren om naar verhalen te zoeken in diepere lagen van cultuur en familiegeschiedenis. Trans- generationele rode draden.

Ook het concept van co-evolutie komt aan de orde: hoe elkaar te vin- den in de dynamiek als danspartners. Een ritme zoeken, afstemmen, goed aansluiten. Daar heeft ze zelf wel wat gemist, haar gezin kreeg door het leven veel op het bord. De familie vond daar lang niet altijd antwoor-den op, waardoor het alsmaar moeilijker werd voor haar broers, en het vervolgens voor de familie als geheel nog moeilijker werd. Zo ontstond er een co-stagnatie: samen vastzitten, samen niet meer verder geraken. De herstelbeweging, co-evolutie, heeft ze verder uitgewerkt in haar Ontwikkelingshuis (Splingaer, 2014), met gehechtheid als stevig fundament.

Want kaders, zo stelt Splingaer, geven richting in verwarring. Een kader kun je delen met je cliënten. Wat herkennen ze? Wat is helpend? ‘Ook in opleiding vind ik het belangrijk om over ervaringen te reflecteren met een kader, om er betekenis aan te geven en richting te zoeken. Ik moedig studenten aan om creatief te zijn, thema’s zoals hechting, trauma en veerkracht systemisch door te denken en zich niet vast te zet- ten in een model, maar als een verzamelaar te sprokkelen wat bij hen past in hun werkcontext. Zo heb ik het zelf ook gedaan.’

Wat zijn tot slot plekken waar zij veilig kan bijtanken? Haar man Luc, hun gezin, haar kleinzoon, en haar verbonden Rapunzel-familie zijn daarin belangrijk. Inspiratie vindt ze daarnaast in hedendaagse dans en het maken van reizen. Ook de eenzaamheid die ze als kind kende heeft ze getransformeerd tot oplaadplek.

De terugtocht met de fiets naar Antwerpen voert me langs sprookjes-achtige bossen en beekjes, ik boks op tegen de wind, de laatste dertig kilometer. Het sterk zijn laat ik maar los en ik fiets op een prettig schildpaddentempo terug. De woorden van Splingaer kauw ik na, uitrustend uit de wind in het kielzog van twee elektrische fietsen: ‘Mijn wens voor de nieuwe generatie systeemtherapeuten? Ruimte voor verbinding, gedragenheid, speelsheid en lichtheid.’

Jasmien Peeters is filosoof, systeemtherapeut en (eft-)relatietherapeut. Ze werkt voor Duet relatiebemiddeling en in haar eigen praktijk. E-mail: jasmien@focus-op-verbinding.be.

Albert Neeleman is klinisch psycholoog en psychotherapeut, werkzaam als systeemtherapeut bij het Amsterdams Instituut voor Gezins- en Relatietherapie. E-mail: neele.ppan@gmail.com.

Literatuur

Splingaer, G. (2014). Het ontwikkelingshuis – Een kijk op de co-evolutie van kinderen en gezinnen. Systeemtheoretisch Bulletin, 32(1), 13-37.

Splingaer, G., & Hillewaere, B. (2019). Leven en werken in het drie generatiehuis – interview met Maurizio Andolfi. Systeemtherapie, 31(2), 95-101.

INSPIREREND HUMANISME

Dossier/Magazine

ZOWEL IN WOORDEN ALS IN DADEN

Artikel verschenen in deMens.nu Magazine jg10 nr3

Het zou moeilijk zijn – vermoedelijk zelfs onmogelijk – om een definitieve lijst met vrijzinnig humanistische rolmodellen op te stellen. Wat wel perfect kan, is aan enkele vrijzinnig humanisten vragen om ieder één persoon in de schijnwerpers te zetten. Iemand naar wie zij opkijken en die onze aandacht verdient vanwege diens ideeën of daden. Ontdek hier vijf verhalen van inspirerend humanisme.

https://demens.nu/2021/07/07/inspirerend-humanisme/

Nils Van den Bergh



Acht stappen om comfortabele gesprekken te voeren over seksualiteit en liefdevol aanraken

GEDEELD VAN EFT.nl

Waar denk je aan als je het hebt over een 'gesprek over lichamelijke intimiteit’? De meeste mensen denken waarschijnlijk aan een ongemakkelijk gesprek. In dit artikel praten we over seksualiteit en liefdevol aanraken en leer je in acht stappen om hier comfortabele gesprekken over te voeren.

Leren praten over seksualiteit

Praten stellen over seksualiteit? Als wij dit vragen aan onze cliënten zeggen ze vaak dat ze er nooit echt over hebben gesproken. En de stellen die er weleens over hebben gepraat, hielden er geen goed gevoel aan over. Ze zeggen: “Ik schaam me en ben bang om afgewezen te worden, ik mis vertrouwen, ik wil mijn partner geen pijn doen en ik voel me niet veilig genoeg.” Of er komen overtuigingen naar boven als: “Mannen willen niet over hun gevoelens praten en vrouwen willen niet over seks praten.”

Te vaak laten relaties jaren voorbijgaan zonder een gesprek over hun aanraken en seksualiteit te voeren. Om dit te doorbreken is moed nodig. Alles zal in het begin ongemakkelijk en eng zijn. Wanneer je moed toont door je open te stellen voor verlangens en angsten, creëer je een omgeving van veiligheid die nabijheid en intimiteit bevordert. Praten over aanraken en seksualiteit is een beetje als leren tennissen. In het begin, als je het nooit eerder hebt gedaan, zal het behoorlijk onhandig aanvoelen. Maar na verloop van tijd, door te oefenen, raak je eraan gewend. Het voelt natuurlijker en het wordt steeds leuker.

Hoe kan een gesprek over lichamelijke intimiteit op een plezierige manier verlopen, zodat beide partners zich dichter bij elkaar voelen? Het is makkelijker gezegd dan gedaan. Want hoewel lichamelijke intimiteit een positieve factor zou moeten zijn in het leven van stellen, is dat maar al te vaak niet het geval. Partners geven vaak onduidelijke signalen naar elkaar af over wat hun behoefte is, waardoor de een de boodschap van de ander mist.

Hoe ga je om met een verminderd verlangen naar lichamelijke intimiteit?

Een verminderd verlangen naar lichamelijke intimiteit bij één partner is vaak een belangrijke reden waarom stellen relatie- of sekstherapie zoeken. Het is een belangrijke oorzaak van uit elkaar gaan en scheiden. Merk je dat je partner niet meer zo geïnteresseerd is in lichamelijke intimiteit als vroeger? Hieronder vind je acht positieve stappen waarmee je dit in de relatie kunt aanpakken, in plaats van iets te zeggen dat als kritiek kan worden opgevat. De eerste twee stappen zijn bedoeld om een veilige sfeer te creëren. Het kan namelijk zo’n beladen onderwerp zijn (bijvoorbeeld als je in het verleden gekwetst bent geweest) dat er niet rechtstreeks over gepraat kan worden. Daarom moet de context eerst veranderen en. Eerst moet men een veilige omgeving creëren en vervolgens aandacht besteden aan seksuele gekwetstheden en seksueel trauma. Het helen van een seksueel trauma uit het verleden is een belangrijke stap in het ontwikkelen van een meer bevredigende seksuele en aanraak-relatie. 

Heart Connection ziet dat lichamelijke intimiteit bestaat uit vijf componenten: verlangen naar nabijheid, liefdevol aanraken, emotionele intimiteit, plezier en erotiek. Elk stel moet op zoek naar hun eigen, unieke aanraak- en seksuele stijl. Een die goed voelt voor beide partners. Dan is het ‘goed genoeg’ voor de relatie, in plaats je te spiegelen aan je omgeving, seksmythes en wat de media er allemaal van vindt. Deze seksuele stijl verandert gedurende een relatie en de leeftijd van partners. Wij denken dat je je in een gezonde relatie geaccepteerd moet voelen voor wie je werkelijk bent, inclusief je authentieke seksuele zelf. Inclusief je kwetsbaarheden en zwakheden.

Problemen over seks en aanraken zijn binnen een relatie niet het kernprobleem. Het is een kwestie van je verbonden voelen als stel. Naar onze beleving is het belangrijkste probleem op het gebied van seksualiteit en aanraken de vraag: Hoe integreer je emotionele intimiteit en erotiek in de relatie? Wat is de juiste balans voor een stel?

De kunst van het praten over lichamelijke intimiteit samen leren

Dit is ons 2e artikel over het thema liefdevol aanraken en seksualiteit, waarin wij onze ervaringen met EFT delen vanuit onze eigen relatie en gezamenlijke relatietherapie-praktijk. Het eerste artikel ‘Hoe praat je als stel veilig over liefdevol aanraken en seksualiteit’ lees je hier. We willen daarmee een bijdrage leveren, zodat dit thema meer  kan integreren bij de begeleiding van cliënten in ons werkveld. In onze praktijk komt vaak naar voren dat erotiek wordt gezien als het domein van de man en emotionele intimiteit als het domein van de vrouw. Wij zien veel meer overeenkomsten dan verschillen tussen vrouwen en mannen in een intieme relatie. Beiden hechten veel waarde aan intimiteit. Om intiem te kunnen zijn, is samen intiem kunnen praten nodig.

Dit artikel beschrijft strategieën en oefeningen die helpen bij het ontwikkelen van gesprekken die openingen kunnen bieden voor stellen. De schaamte, verlegenheid en aarzeling die geliefden kunnen voelen tegenover zichzelf en de wrok en schuld die ze voelen tegenover hun seksuele partners kunnen worden onderzocht en in context worden geplaatst. Of je nu getrouwd bent, samenwoont of aan het daten bent, of je nou 25, 45 of 75 jaar bent, dit zal je helpen je lichamelijke intimiteit te vernieuwen en je op weg helpen naar meer plezier met elkaar.

In een intieme, seksuele relatie zal elke partner moeten uitzoeken wat voor je partner en voor jezelf sensueel, speels, gevoelig, vreugdevol en bevredigend is. Als een stel niet goed kan praten over intieme emotionele dingen, kunnen ze ook niet goed praten over lichamelijke genegenheid. En andersom ook: Stellen die niet goed kunnen praten over lichamelijke intimiteit, kunnen vaak ook niet goed praten over emotionele intimiteit. Maar wanneer je je veilig verbonden voelt, ontwikkel je een dieper begrip naar elkaar toe. Dit versterkt je relatie.

Onze culturele boodschap rondom aanraken en seks is vaak negatief, beschamend, met schuldgevoelens en zwijgend. Hoe kun je dan toch leren praten over iets waarvan je je hele leven hebt geleerd te zwijgen? Allereerst is het belangrijk te onderzoeken hoe je tegen seksualiteit en lichamelijk aanraken aankijkt. Waar gaat seksualiteit in essentie over? Het dient altijd vrijwillig en op plezier gericht te zijn. Niet op het 'krijgen' van een erectie, geslachtsgemeenschap en een orgasme. En aanraken moet op zichzelf gewaardeerd worden en hoeft niet perse tot geslachtsgemeenschap te leiden. Aanraken kan zowel binnen als buiten de slaapkamer plaatsvinden, anders kan je partner in bed mogelijk geen genegenheid tonen.

Wat is de paradox van lichamelijke intimiteit?

De lichamelijke intimiteit speelt een positieve rol in het leven van relaties. Maar vermijdende seksualiteit speelt een hele krachtige, destructieve rol bij het zelfvertrouwen van partners en een stabiele langdurige relatie. Een relatie kan ruzies en vermijdende seksualiteit overleven, maar kan niet overleven bij verlies van veiligheid en zekerheid. Want in een veilige relatie wordt moeite gedaan om elkaar te steunen en de partner met al zijn fouten te accepteren zoals hij of zij is, in plaats van elkaar te veroordelen. Dat zien wij elke dag in onze praktijk. In een relatie zijn eigenlijk vijf aspecten die een rol spelen. Je hebt de personen in de relatie, je hebt de algemene relatie, de seksuele relatie en de geschiedenis van de emotionele en seksuele relatie.

Gezonde lichamelijke intimiteit kan een slechte relatie niet redden, maar seksuele problemen kan de verbondenheid van een liefdevolle relatie wel doen verdwijnen. Lichamelijke intimiteit geeft een relatie energie en versterkt gevoelens van verlangen naar nabijheid. Lichamelijke nabijheid zorgt voor gedeeld plezier, versterking van de intimiteit en is  spanningsverminderend.

Seksuele en emotionele intimiteit zijn verwant en worden versterkt door een verbintenis aan te gaan om verbonden te blijven. De liefde bedrijven met je partner en gesprekken over liefdevol aanraken en seksualiteit voeren, kan de seksuele en emotionele intimiteit vergroten en zeker opfleuren. Lichamelijke genegenheid dient gericht te zijn op samen plezier hebben. Speelse intimiteit is essentieel. Stellen die regelmatig met elkaar in gesprek zijn over lichamelijke genegenheid zullen een hechtere band opbouwen, zowel binnen als buiten de slaapkamer.  

Gesprekken kunnen het beste buiten de slaapkamer plaatsvinden. Partners kunnen elkaar wel aanraken terwijl ze praten. Wat vergemakkelijkt ons gesprek over seks en aanraken? Welke activiteiten vinden we leuk en niet leuk? Wat zijn onze dierbaarste seksuele ervaringen? Ze moeten open en kwetsbaar zijn. Het gesprek eindigt met verzoeken en suggesties om hun seksuele en aanraak-relatie te verbeteren.

De oplossing voor het verbeteren van romantiek in en buiten de slaapkamer is om de kunst van het praten over lichamelijke intimiteit te leren. Leren om fysieke behoeften, verlangens en frustraties te communiceren op een manier waarop je partner zich veilig voelt. Dit vraagt om een vaardigheid die oefening vereist.

Hieronder de acht stappen of strategieën.

1. Maak de keuze: ‘Ik ben vanaf nu een emotioneel ondersteunende partner en stem af’

De eerste stap is de keuze te maken om onvoorwaardelijk te geven. "Jij eerst" werkt niet, omdat beide partners dan uiteindelijk afwachten en er niets gebeurt. Door de keuze van onvoorwaardelijk te geven, kunnen beide partners in een relatie het gevoel van veiligheid bieden die nodig is om als relatie te overleven en om intiem te kunnen zijn. Dit betekent dat je er altijd voor je partner moet zijn als die je nodig heeft. Dan kunnen partners in een relatie zich beschermd en geborgen voelen. Ze weten dat ze op elkaar kunnen rekenen, omdat ze elkaars prioriteit zijn, zelfs in de moeilijkste tijden. Ze praten conflicten uit in plaats van ze onder het tapijt te vegen.

Want veel problemen in seksuele intimiteit worden niet van de ene op de andere dag opgelost.  Daarvoor zijn tijd en intieme gesprekken nodig. De enige manier is door te oefenen. Oefenen in hardop praten, uitdrukken wat je voelt en wat je behoefte is. We hebben allemaal angsten en deze angsten komen altijd naar boven op een bepaald moment in onze relatie. Erover leren te praten zorgt ervoor dat je emotionele verbinding blijft voortduren.

Er niet over praten zorgt ervoor dat dingen zich gaan opstapelen en je elkaar verliest. Tegelijkertijd is belangrijk dat je je partner de ruimte geeft om over zijn of haar angsten te praten zonder te oordelen en je te verdedigen. Afstemmen op elkaar en open reageren op kwetsbare emoties van onze partner maakt de relatie tot een veilige haven. Wees afgestemd en toon empathie voor de kwetsbare gevoelens van je partner. Emotionele ondersteuning gaat over het bieden van liefde, steun, geruststelling, acceptatie en aanmoediging in een relatie. Emotionele steun is nodig om over kwetsbare gevoelens en behoeften te praten, zoals over lichamelijk intimiteit. Erken elke kleine inspanning van je partner en toon dankbaarheid. Dit zorgt ervoor dat je partner zich gekoesterd en echt gezien voelt.

In onze samenleving is praten over lichamelijke intimiteit gewoon geen acceptabel gespreksonderwerp en daardoor zorgt het voor veel spanning. Wij geloven dat sommige gevoelens acceptabel zijn. We zijn misschien bang om toe te geven wat we fijn vinden of om toe te geven dat we iets niet leuk vinden. We willen misschien niet nadenken over hoe onze behoeften verschillen met die van onze partner. Het is allemaal zo persoonlijk en intiem. En wat intiem is, is privé. Met je vaste partner is het anders. Dit is de persoon die  je hebt gekozen om intiem mee te zijn. Met je partner ben je bereid en vind je het de moeite waard om door je ongemak heen te worstelen om de relatie levend te houden en te verdiepen.

Het uiten van waardering voor je partner is van cruciaal belang. Dit helpt hem of haar om zich zelfverzekerder te voelen en om over al deze kwetsbare gedachten, gevoelens en behoeften te praten. Kies daarom een moment waarop jullie beiden niet gestrest zijn of kijk wat je nodig hebt om ontspannen te zijn. Kies ook een plek uit die voor beiden comfortabel voelt. Je kunt thuis zitten aan de keukentafel of een wandeling maken. Waar het omgaat is dat beide partners zich ontspannen voelen.Laat je partner weten dat het doel van het gesprek is om tot meer intimiteit te komen. Vind rust en ga het gesprek vooraf in met verzoenende en liefdevolle uitspraken, zoals "Ik weet dat je dit gesprek lastig vindt, maar ik wil graag praten... over onze emotionele en lichamelijke intimiteit”.

2. Het creëren van een comfortabele ‘liefdesbubbel’.

Ruzie maken, botsingen en conflicten zijn vaak onvermijdelijk in een relatie met twee verschillende personen.. Maar we kunnen een beslissing nemen om als partners een ​​team te vormen en elkaar te ondersteunen door te besluiten een veilige eenheid te zijn. Dit is een persoonlijke keuze van elke partner en dit creëert een ‘relatiebubbel’. In een liefdesbubbel zijn beide partners bereid om diepgewortelde, individuele gewoontes los te laten om het perspectief van hun partner goed te kunnen zien en emotioneel ondersteunend te zijn, in plaats van te escaleren in meningsverschillen.

Wij creëren liefde zelf. De relatiebubbel is de ruimte die je samen creëert en waarin je elkaar veiligheid en zekerheid beloofd. Dit zijn onderlinge afspraken van een stel, de gedeelde visie op de relatie en de manier waarop ze samen door het leven navigeren. Het vormt de basis voor een veilige, intieme relatie.

Een relatiebubbel is een overeenkomst tussen partners waarmee ze verantwoordelijkheid nemen voor toewijding, veiligheid, zorg en het welzijn van de ander en elkaar. Het zijn gedeelde principes, omgangsvormen en waarden. Deze onderling overeengekomen afspraken helpen partners, zodat ze een relatie kunnen onderhouden die veiligheid en groei ondersteunt. Deze gedeelde afspraken leggen de basis voor veilige, lichamelijke intimiteit waarmee de relatie kan floreren. Je kunt beginnen met samen de volgende vragen te bespreken:

  • Wat heb je nodig van mij om je veilig te voelen?

  • Wat heb ik van jou nodig om me veilig te voelen?

  • Wat hebben wij samen nodig om als relatie te groeien?

Dit betekent dat je, voordat er serieus gepraat wordt, elkaar eerst vraagt of je je op je gemak voelt en geaccepteerd voelt. Kun je open luisteren naar je partner en zijn jullie beide zover om over aanraken en seks te praten?

Begin met een belofte.

Beloof dat je je partner accepteert om wie hij/zij is en dat seks de dingen niet zal veranderen. Stel elkaar gerust. Je wilt elkaar niet kwetsen of veroordelen, maar juist samen een betere seksuele relatie opbouwen. Als jullie elkaar kunnen beloven dat je je voor 100% wilt inzetten, open je de deur naar diepe gesprekken. Je besluit samen om van een levendige, emotioneel bevredigende, seksuele relatie een prioriteit te maken.

Maak het gesprek samen plezierig en gebruik humor. Een kleine grap kan soms al genoeg zijn. Seksuele intimiteit kan gênant, serieus en soms gewoon grappig zijn. Wees bereid om over jezelf te lachen. Dit kan de stemming verlichten en het gesprek openen. Met gevoel voor humor voelen partners zich veilig. Breng eerst vertrouwen en intimiteit tot stand met gemakkelijke en luchtige onderwerpen.

Geef je ongemak toe.

Vertel je partner dat je te verlegen bent om te bespreken wat je wilt. Vraag om geruststelling dat je partner openstaat voor het gesprek. Begin met delen van wat je onzeker of angstig maakt door erover te praten.Deel ook je behoeftenOp basis van ervaringen uit het verleden, maar ook met betrekking tot je huidige partner of je relatie.

Een grote angst om te praten over seks is dat er dan mogelijk een conflictdiscussie ontstaat die de relatie zal schaden. Dus zeggen partners liever niets dan dat ze een conflict riskeren. Meestal heeft dit te maken met de neiging om kritiek te geven en verwijten te maken, in plaats van te praten over je eigen gevoelens en behoeften.

Waar voel je je kwetsbaar over? Mogelijk heeft dit te maken met dat je bang bent om de gevoelens van je partner te kwetsen. Voorkom daarom negatieve kritiek. Probeer je partner positieve feedback te geven. Geef ook je eigen behoefte aan, voordat je hem of haar vraagt  om het te veranderen.

Wat hebben jullie beiden nodig om je veilig te voelen?

Tijdens deze stap kan voorzichtig een begin gemaakt worden (als beide partners zich veilig voelen) om over seksuele gekwetstheden en seksueel trauma te praten uit het verleden. De ene partner praat over zijn of haar pijn en de ander luistert en reageert empathisch op de emotionele pijn.

3. Positieve omkering: van kritiek naar je behoeften en waardering

De sleutel tot praten over seks en lichamelijk aanraken is geen kritiek te leveren. Als je dat toch doet, zal het gesprek snel tot irritatie leiden en je partner zal voortaan terughoudend worden. We geven onze partner wat we willen en hopen dat ze het ons ook geven. Vaak doen we dat omdat we ons te kwetsbaar voelen om er rechtstreeks over te praten. Maar het is belangrijk om duidelijke, expliciete signalen af te geven over wat je voelt en wat je behoeftes zijn. Anders kan het niet goed overkomen en tot misverstanden leiden. Vaak heb je de neiging om ervan uit te gaan dat je partner geniet van wat je leuk vindt. Maar is dat echt zo?

Zelfs de meest onschuldige opmerking kan klinken als een kanonschot. Je partner reageert open als je je gevoelens van kwetsbaarheid uitdrukt, in plaats van boosheid en irritatie. Stel je partner gerust door te zeggen: “Dit gaat niet over wat je verkeerd doet, maar over wat jij en ik willen en wat onze behoeften zijn”. Druk deze geruststelling met je lichaamstaal en toon uit. Dit zorgt ervoor dat jullie beide ontspannen zijn en je woede of frustratie niet in de weg laat staan.

In plaats van te focussen op wat er verkeerd gaat, concentreer je op wat je positief wilt. Vertrouwen, empathie en openheid staan aan de basis van een positief gesprek. Je kunt iets zeggen als: “Ik hou van de manier waarop je me aanraakt. Ik zou het leuk vinden als je me meer aanraakte. Je bent geweldig." Een positieve manier om het onderwerp te introduceren is door nieuwsgierig te zijn. Je kunt iets zeggen als: “Ik ben benieuwd hoe je denkt over ons seksleven en of er iets is dat je mist of waar je behoefte aan hebt.” Als dit gezegd wordt vanuit nieuwsgierigheid zal er eerder een openhartig gesprek komen en geen defensieve reactie.

Vaak klagen partners in plaats van hun behoeftes aan te geven en te vragen wat ze willen. In plaats van te zeggen: "Ik vind het niet leuk als we 's ochtends seks hebben en we een vluggertje hebben, omdat het niet bevredigend voor me is." Geef in plaats daarvan een voorbeeld van toen je afgelopen vrijdagavond de liefde hebt bedreven en je tijd voor elkaar maakte: "Ik zou het leuk vinden als we dat vaker zouden doen."

Praat over wat je happy maakt in plaats van waar je ongelukkig van wordt of bent. Dankbaarheid heeft een heerlijk positief effect op stemming en mindset, dus waarom zou je dat niet samen delen? Of het nu iets specifieks is dat je waardeert aan elkaar of een positieve ervaring van de dag, deel iets waar je dankbaar voor bent.

Het gesprek begint al op het moment dat je 's morgens wakker wordt. Door je positieve behoeften te communiceren op een manier die een veilig gevoel geeft. Ook moedig je elkaar aan om elkaar aan te raken en uit te kijken naar een nieuwe seksuele ontmoeting. Voordat je over seks begint te praten, stem ermee in om niet-oordelend te zijn. Benader je partner met een geest van nieuwsgierigheid. Begin nooit een zin met: 'Je doet niet ...' of 'Je nooit...' of 'Je altijd...' Verwoord uitspraken met een zachtheid zoals: 'Ik vind het leuk …' Maak geen vergelijkingen met voormalige (betere) geliefden.

4. Een cultuur van liefdevol aanraken creëren

De afwezigheid van aanraking in de liefde kan je met een leeg gevoel achterlaten. laten. Zelfs als je partner steeds uitspraken doet als "Ik hou van je." Liefdevolle aanrakingen drukken uit: "Je bent veilig" en "Je bent niet alleen, ik ben bij je." Deze signalen vormen de kern van een gezonde gehechtheid. Lichamelijk contact is een krachtige manier om positieve emoties over te brengen en de gemoedstoestand van je partner te voeden.

We leven in een cultuur die lichamelijke intimiteit niet altijd kan waarderen. Toch is het essentieel dat beide partners er plezier in hebben en het luchtig kunnen benaderen. Geniet van elkaar aanraken, kussen en je fysiek en emotioneel dichtbij voelen. Richt je ook op emotionele factoren die je plezier in seks en aanraken kunnen verstoren, zoals gestrest of depressief zijn. Het is belangrijk om een cultuur van aanraking te creëren zoals: hand vasthouden en kussen. Zelfs gewoon knuffelen kan een weg zijn om te genieten van lichamelijke intimiteit.

Aanraken is een manier om gehechtheid te versterken, plezier te delen en seksueel verlangen te vergroten. Beide partners moeten zich op hun gemak voelen bij het initiëren en weigeren van aanraking (en geslachtsgemeenschap).

Je hebt verschillende soorten aanrakingen, zoals:

  • Liefdevolle aanraking waarbij beide partners gekleed zijn;

  • Niet-genitale, sensuele aanraking, die gekleed, half gekleed of naakt kan zijn;

  • Speelse aanraking, genitale en niet-genitale aanraking, gekleed of ongekleed;

  • Erotisch aanraken tot hoge opwinding en orgasme voor een of beide partners;

  • Plezierige en erotische aanraking die overgaat in geslachtsgemeenschap.

Neem de tijd om je partner aan te raken, om te knuffelen. Hierdoor voel je je ook sensueler, aantrekkelijker en meer verbonden. De basis van lichamelijke intimiteit is nieuwsgierigheid, verwondering en speelsheid. Als dit verdwijnt kan het ertoe leiden dat partners het gevoel hebben dat ze uit elkaar groeien of dat ze als object worden gebruikt, in plaats van als seksueel wezen te worden genoten. Als jullie praten, kan het helpen dat jullie af en toe in elkaars ogen staren, elkaars hand vasthouden of een ander klein, fysiek gebaar uiten.

5. Diep luisteren naar de emoties onder de woorden

Voordat je een gesprek aangaat over seks met je partner, moet je ervoor zorgen dat je je niet alleen ontspannen voelt. Het is ook belangrijk dat je gericht bent op het luisteren naar de emoties en behoeften onder de woorden en verhalen. Accepteer dat er verschillen kunnen zijn. De ene partner kan seks en aanraken zien als een manier om opnieuw contact te maken met hun partner en voelt zich zo dichterbij., Terwijl de andere partner seks en aanraken kan zien als een voorsetting van de gecreëerde, emotionele intimiteit.

Luister naar de pijn (seksuele gekwetstheden) van je partner en erken jouw aandeel.

Dit vereist veel kracht, want als we van iemand houden, is het ongelooflijk moeilijk om te horen dat we ze pijn hebben gedaan. Het is dus volkomen logisch dat onze reactie is om uit te leggen, te rationaliseren en bagatelliseren. Maar dit verhoogt de pijn van je partner. Aan de andere kant, wanneer je bereid bent om diep te luisteren en kwetsbaar de pijn van je partner en jouw aandeel daarin te reflecteren (in plaats van jezelf te verdedigen of in de tegenaanval te gaan), kan je partner beginnen te genezen.

Je kunt beginnen de volgende vragen te bespreken:

  • Wanneer heb je je door mij gekwetst gevoeld bij lichamelijke intimiteit?

  • Wat deed je pijn?

  • Hoe was dat voor je?

  • Welke behoeften negeerde ik?

Luisteren met je oren, ogen, lichaam en intuïtie

Luister doe je met je oren, ogen, lichaam en intuïtie. Lichaamstaal telt. Je luistert niet alleen naar je partner met je oren; je luistert ook met je lichaam. Dus zorg ervoor dat je ogen op je partner gericht zijn. Deze non-verbale signalen laten zien dat je echt luistert. Oogcontact, gezichtsuitdrukkingen en betrokkenheid zijn de sleutel tot luisteren. Het gaat erom volledig gefocust te zijn op je geliefde: woorden en boodschappen te ontvangen zonder afgeleid te worden. Kijk in de ogen van je partner als die praat. Let op de gevoelens die bij de woorden horen. Let op de toon van spreken.

Luisteren is essentieel om emotionele veiligheid te creëren. Een goede luisteraar is een partner die meer hoort dan de woorden die worden gesproken. Hij of zij kan de emotionele ondertonen oppikken in wat er wordt gezegd, deze accepteren en reflecteren. Een emotionele ondersteunde partner zijn en het gevoel hebben dat je partner op je reageert, is echt de kern van goede communicatie en nabijheid. Responsief emotioneel luisteren is essentieel voor intieme relaties en is dé manier die nabijheid bevordert. Concentreer je op wat je partner voelt. Luister naar wat hij/zij nodig heeft. Reflectie van gevoel vertelt je partner niet alleen dat hij of zij is gehoord, maar dat je in zijn/haar leven bent aangesloten en het op de een of andere manier hebt ervaren.

Wat maakt dat echt luisteren zo lastig is?

Het is vaak een gevolg van gewoontes in hoe je op elkaar reageert, zoals:

  • Luisteren vereist focus en ontspanning. In plaats van ’aandachtig te luisteren’ denk je vaak na over je reactie. Het is moeilijk om onze ‘innerlijke’ focus op te schorten.

  • Luisteren vereist dat we het oplossen van problemen opschorten. Dit betekent dat we in plaats van diep naar de ander te luisteren, eigenlijk meteen naar oplossingen zoeken en gaan analyseren. Vraag in plaats daarvan aan je partner of hij/zij gevoelens wil delen en gehoord wil worden.

  • Luisteren vereist geen oordeel. Vooral als je partner klaagt over jou, je ideeën of iets wat je hebt gedaan, ben je misschien geneigd om jezelf te verdedigen of je eigen standpunt te bewijzen. Vraag in plaats daarvan voorzichtig om ‘ik’-verklaringen te gebruiken, zodat je echt kunt horen wat je partner voelt, denkt of welke behoefte hij of zij heeft, in plaats defensief te reageren.

  • Vaak reageren we te snel in situaties, vooral wanneer onze partner gewoon de behoefte heeft om gehoord en gezien te worden. We proberen te snel problemen op te lossen, te oordelen, advies te geven, een mening te geven en een standpunt in te nemen, voordat je de realiteit van je partner en zijn of haar innerlijke wereld hebt onderzocht.

6. Begin met vragen

Begin klein. Praat samen over ervaringen uit het verleden die echt plezierig voor jullie waren en vertel je partner waarom het zo goed voelde. Stel elkaar vragen.

Bijvoorbeeld: "Wat vind je het leukst aan ons seksleven?" of "Wat denk je dat we kunnen doen om ons seksleven te verbeteren?" En bevraag ook jezelf. Misschien wil je allebei een lijstje schrijven met behoeften:

  • Ik wil......

  • Ik zou graag ....

  • Ik hou ervan als je ....

  • Het maakt me opgewonden wanneer ....

  • Ik hou ervan als je ....

  • Ik heb me altijd afgevraagd hoe het zou zijn om ....

  • Ik heb een fantasie van ....

Deel deze lijstjes met elkaar

7. Bekijk het relatieproces en het hele relatieplaatje

In de seksuele en aanraak-cyclus van een romantische relatie zijn de rollen tussen de achtervolger of die van seksuele terugtrekking vaak verdeeld.

  • Wat gebeurt er in deze cyclus?

  • En wat gebeurt er in de seksuele terugtrekking?

Terugtrekkers willen graag gerustgesteld, gecharmeerd en lief pratend in de richting van seks en aanraken komen. Het voelt voor hen enigszins gevaarlijk aan. Zich emotioneel veilig voelen is voor hen een voorwaarde, anders ervaren ze een laag seksueel-aanraak verlangen. Seks is voor terugtrekkers niet per se de belangrijkste weg om liefde te geven en te ontvangen. Sommige seksuele terugtrekkers zijn emotionele achtervolgers die nabijheid willen door te praten en samen te zijn in een niet-seksuele maar intieme context. Ze zien seks als iets dat voortkomt uit de context van een warme verbinding, niet als de warmtebron. 

Praat over jullie proces en patroon en wees bereid om naar het hele plaatje te kijken. Plaats seksualiteit in de context van je relatie van emotionele verbinding, genegenheid en verzorging.

Bij de meeste seksproblemen in een relatie moeten beide partners hun aandeel in het creëren of in stand houden van het probleem erkennen. 

  • Praat over je proces van seks en aanraken:

  • Welke stappen worden genomen om seks of lichamelijke genegenheid te initiëren?

  • Wie doet wat en wanneer?

  • Wie neemt vaak het initiatief en hoe was de reactie van de andere partner?

  • Is er een specifiek signaal dat jullie elkaar geven?

  • Hoe voelde dat voor beide partners?

    • De initiatiefnemer kan zich afgewezen voelen en stoppen met proberen.

    • Hoe voelt de terugtrekkende partner zich en wat is zijn/haar behoefte?

Als een partner aanraking en seks vermijdt vanwege relatiestress of onopgeloste verschillen, moet die partner het initiatief nemen om erover te praten. Anders loopt je het risico de relatie te ondermijnen. Bijvoorbeeld: “Waarom kunnen we niet vaker seks hebben? Het frustreert me echt." Dit kan voor de ander dreigend overkomen, het voelt alsof het probleem bij hem/haar ligt.

Stel daarom open vragen, zoals:

  • Hoe reageer ik op je seksuele en lichamelijke behoeften?

  • Mis ik berichten die je me probeert over te brengen?

  • Hoe kom ik seksueel bij je over? Veeleisend? Ongeïnteresseerd? Te krachtig? Te passief?

  • Wat kan ik doen waardoor je lichamelijk dichter bij me wilt zijn?

8. Maak ruimte om te experimenteren en te spelen

Als je vroeger bent bestempeld als een 'ijskonijn' kan dat gevolg hebben. Misschien wil je het liefst onzichtbaar zijn en  trek je je terug om niet gekwetst te worden. Daarom is emotionele veiligheid voor iedereen nodig. We moeten ons veilig en zeker voelen in een relatie, anders kunnen we geen intimiteit en nabijheid opbouwen. Maar we hebben ook behoefte aan avontuur. Net zoals we voorspelbaarheid nodig hebben, hebben we ook verrassing nodig. Hoezeer we zekerheid en veiligheid nodig hebben, hebben we ook avontuur en risico nodig om als relatie samen verder te groeien.

We willen een veilige partner, eentje die we kunnen vertrouwen. Maar we willen ook een gepassioneerde minnaar. We willen een relatie hebben waarin we het gevoel hebben van nabijheid, maar we willen ook onze eigen identiteit uitbreiden. We willen ons veilig voelen, maar we willen groei die samengaat met wankelen op onze tenen op de rand van onvoorspelbaarheid. We willen het gevoel hebben dat het veilig is om onszelf over te geven, dat onze partner hier zorgvuldig mee omgaat en dat we niet worden blootgesteld aan gevaar. We willen lichamelijk dichtbij zijn, omdat er geen afstand is. We willen vertrouwd zijn en de warmte daarvan voelen. We willen ons getroost voelen door de lichamelijke nabijheid van onze partner.

Maar in verlangen zit ook iets onvoorspelbaars en onbekends. We willen de passie die hoort bij het zoeken en ontdekken. Maak daarom ruimte om te experimenteren en te spelen. Het terugbrengen van passie in een relatie vraagt om een bewuste inspanning. Het is belangrijk om niet stil te staan ​​en erop te wachten, want het komt niet vanzelf naar je toe. 

Passie komt niet uit het niets. Zo werkt het gewoon niet. Wat wel werkt is het bewust creëren van kansen en ruimte om bij elkaar te zijn. Als het op verlangen aankomt, kan het soms niet spontaan voelen. Afwachten kan dan leiden tot passiviteit. Veel partners hebben een reactief seksueel verlangen en soms moet je actiever worden. Dat geldt voor mannen en vrouwen. En als je verlangen voelt, is het belangrijk dat je keuzes maakt in hoe je ermee omgaat. In plaats van dat alle seks moet eindigen bij geslachtsgemeenschap en een orgasme. Hoe variabeler het aanraak en seksuele repertoire, hoe leuker het is.

Stop met wachten tot het verlangen opkomt voordat je lichamelijk intiem wordt. Het gebrek aan tijd en energie die wordt besteed aan het speels en nieuwsgierig verkennen van emotionele en lichamelijke intimiteit, kan ertoe leiden dat partners het gevoel hebben dat ze uit elkaar groeien. Wees ontvankelijk voor toenaderingen van je partner, zelfs als je niet helemaal in de stemming bent. En dan kan het weleens gebeuren dat: “Ik was niet in de stemming toen we elkaar aanraakte, maar toen we eenmaal bezig waren, heb ik echt genoten. Het voelde geweldig!" En let op de veranderingen bij je partner. Zij of hij zal veel aardiger zijn, om dichter bij je te kunnen zijn.

Heart Connection in Rijswijk

Peter van der Ven & Lilia van der Ven-Rayos